Cyprus: de opgelegde maatregelen zijn onrechtvaardig, maar is er een alternatief?

Bij de uitwerking van de steunmaatregelen voor Europese banken werd tot nu toe de depositohouder met verregaande omzichtigheid behandeld. Enkel in het geïsoleerde en specifieke geval van de zeer speculatieve Ierse vastgoedfinancier Anglo Irish bank werd ook van deze groep van “stakeholders” in het bancaire systeem een substantiële inspanning gevraagd.

De vrees voor een veralgemeende bankrun heeft er de Europese beleidsnemers steeds van weerhouden om de spaarders ook maar enige aanleiding te geven tot ongerustheid. Een terechte beleidskeuze want zelfs een bankrun van kleinere orde zou reeds volstaan om het wankele herstel van de financiële sector in gevaar te brengen en hiermee de positieve impact van alle andere maatregelen in één klap uit te vegen.

In het geïsoleerde geval van Cyprus durft men deze stap wel te zetten om de evidente reden dat zelfs bij een veralgemeende “run” op de Cypriotische banken, dit niet van aard zou zijn om de overige Eurolidstaten of hun banken in gevaar te brengen.

Een dergelijke opstelling heeft –toegegeven- iets onwelvoeglijks: Aan een zeer kleine lidstaat worden maatregelen opgelegd die andere lidstaten nooit zouden slikken. Deze laatste groep heeft immers steeds het “too big to fail” – argument waardoor de andere Eurolanden mee ten onder zou gaan, indien het individuele land niet geholpen zou worden om zijn problemen te boven te komen.

De bikkelharde opstelling tegen de Cypriotische spaarders stuit vandaar tegen ieder rechtvaardigheidsgevoel. Het feit dat de messcherpe “haircut” zich beperkt tot deposito’s boven 100.000 euro is overigens een zwak excuus, dat er enkel bijgesleurd werd om een potentiële uitbreiding van de financiële paniek naar andere Europese landen te vermijden. Het aangereikte argument dat Europa alle deposito’s onder 100.000 euro zal garanderen, geldt immers enkel voor bankfalingen (die in dit geval vermeden zijn), terwijl de positieve psychologische impact van de uitsluiting van deze “kleinere” bedragen vakkundig werd geneutraliseerd door de onhandige uitspraken van Eurogroep-voorzitter Dijsselbloem.

Cyprus is echter te klein om een vuist te maken, al moet zeker onmiddellijk worden toegevoegd dat de specifieke omstandigheden, hun positie zeker niet hebben verstevigd.

De orde van grootte van de Cypriotische banksector ten opzichte van het jaarlijkse BNP was eerder uitzonderlijk (maar toch niet zoveel hoger dan pakweg in Ierland of België en zeker nog klein in vergelijking met Luxemburg).

Dit kan dan ook niet de kern van probleem zijn geweest. De bron van de bancaire deposito’s was wel zeer uitzonderlijk en suspect (€ 31 miljard uit Rusland). Maar het meest treffende element is wellicht de orde van grootte van de benodigde ondersteuning van het wankelende banksysteem: € 17 miljard komt aardig in de buurt van het BNP van Cyprus. Indien men ervan uit gaat dat het verstrekken van dergelijke leningen enkel mag en kan gebeuren in de context van een latere terugbetaling, dan moet vanzelfsprekend worden overwaakt of de schuldpositie van het geholpen land niet tot een onhoudbaar peil stijgt. Die grens wordt momenteel ergens in de buurt van 145% van het BNP gesitueerd (op zich reeds een zeer “gestrecht” niveau). Dit betekent concreet dat in het geval van Cyprus de hulplijn beperkt moest blijven tot € 10 miljard en de locale overheid op eigen kracht de rest van het bedrag moest ophoesten met als bijna onvermijdelijke gevolg dat ook de spaardeposito’s (ook een vorm van “bankleningen”) hun deel moesten bijdragen.

Rechtvaardig of niet, de vraag is of de Cypriotische bevolking enige economische overlevingskans heeft binnen de Eurozone. Dit lijkt –op zijn minst gezegd- problematisch voor een land dat (enigszins kunstmatig) het hoogste welvaartspeil had bereikt van de Mediterrane zone.

Het land wordt zo in de armen van Rusland gedreven, hetgeen strategisch misschien niet zo’n beste keuze is. Wellicht bevindt zich ook daar hun grootste troef: na een eerste poging om hun economische groei te herstellen (hetgeen tot mislukken gedoemd is), kan de Europese Unie gerichte steunmaatregelen uitwerken die van aard zijn structurele verbeteringen aan te brengen. De koers van de Euro is echter veel te duur voor Cyprus maar het verlaten van de Eurozone is (op korte termijn) geen alternatief. Het land zou dan definitief en onherroepelijk ten onder gaan aan hyperinflatie wanneer het op eigen kracht een nieuwe munt zou invoeren. (Maar misschien niet indien onmiddellijk de Euro zou worden vervangen door de Roebel?)

Binnen de Eurocontext kan er enkel aan een realistische overlevingskans worden gedacht wanneer er naast de Euro een parallelle munt (in de vorm van vouchers) wordt ingevoerd die een feitelijke devaluatie doorvoert van 20 à 30 %. Vergeet immers niet dat een te dure munt het nadelige effect heeft dat import wordt gestimuleerd, hetgeen de locale industrie stelselmatig ondermijnt.

In de praktijk zou dit als volgt werken: de spaartegoeden (en nadien de lonen) van de Cyprioten worden (bijvoorbeeld) voor de helft omgezet in vouchers. De andere helft blijft in Euro. Deze vouchers zijn echter voor 100% bruikbaar voor de aankoop van locale producten. Voor ingevoerde producten tellen deze vouchers echter slechts voor 70 à 80 % van de Eurowaarde van de producten.

Een dergelijke maatregel is veel effectiever en zeker veel rechtvaardiger dan de opgelegde haircuts en zou een bankrun vermijden … en laten toe om het land grondig voor te bereiden indien er toch een nieuwe munt moet worden ingevoerd.

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie en getagd ,, door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.