Regel 2: Pas regel 1 altijd toe

Het beheer van financieel systeemrisico is heus niet zo moeilijk voor wie er zich een beetje in verdiept. “Regel 2” uit de beheersprincipes vergt alleszins al geen doorgedreven studie. Maar ook “regel  1” laat niets aan duidelijkheid te wensen over: “tax size, not deposits … “. De voornaamste oorzaak voor de ontwikkeling van financieel systeemrisico is eenduidig terug te voeren tot de grootte van het balanstotaal van een bank ten opzichte van het BNP van het betrokken land, eventueel nog verder geaccentueerd wanneer deze bank sterk gecorreleerd is door onderlinge kredieten met andere banken en/of door grote posities in staatobligaties van dit land.

Het wankelen van een dergelijke kredietinstelling verplicht de staat er dan toe om het kapitaal van deze bank te onderstutten, hetgeen de staatsschuld verder doet oplopen. Dit leidt tot grotere onzekerheid over de terugbetalingcapaciteit van het getroffen land. Op zijn beurt veroorzaakt dit een terugval in de koersen van de overheidsobligaties, waardoor de verliezen in de bank verder oplopen en het (pas gestutte) kapitaal opnieuw erodeert en de bank terug begint te wankelen. Hierdoor ontstaat een ongecontroleerd proces dat uiteindelijk het hele maatschappelijke bestel aantast.

Hoe groter het balanstotaal van de bank, relatief ten opzichte van het land, hoe groter het risico op de ontwikkeling van systeemrisico. Vandaar dat het  aangewezen is om precies deze destabiliserende factor via een specifieke verzekeringstaks ten goede van de Staat te belasten. Het is overigens geen toeval dat de Verenigde Staten opvallend sneller dan Europa de financiële crisis te boven is gekomen. In de VS zijn de banken relatief ten opzichte van het BNP (veel) kleiner dan in Europa, waar in sommige landen (IJsland, Ierland, België, … ) de sector tot  400% bedroeg van het BNP. ( Dat was overigens niet eens zo ver af van de vermaledijde Cypriotische situatie). Dit gegeven vormt ook de voornaamste reden voor de oprichting van de Europese bankenunie: Het balanstotaal van een financiële instelling kan zo worden gerelateerd aan het totale BNP van de Europese Unie, hetgeen het relatieve gewicht van een bank in belangrijke mate doet afnemen.

In tegenstelling tot “size” wordt één van de voornaamste stabiliserende factoren in het financiële systeem gevormd door de spaartegoeden van de locale bevolking. Vandaar dat bijvoorbeeld België het zeer substantiële debacle van zijn grootbanken nog “redelijk goed” heeft doorstaan. Door deze spaarmiddelen te belasten (en dit zelfs op rabiate wijze, zoals in Cyprus) geeft men vanuit Europa een volkomen verkeerd signaal. De uitleg ten spijt dat men in Cyprus met een zeer specifieke situatie geconfronteerd werd, worden de opgelegde maatregelen in Spanje en Ierland met de nodige argwaan gevolgd.

De situatie van de Spaanse Bankia-groep of de Ierse grootbanken is in essentie immers niet zo verschillend met deze van de Cypriotische banken. Het enige verschil is eigenlijk dat de Spaanse banksector wel “too big to fail” is, zelfs voor Europa. Het balanstotaal van de Spaanse banksector is immers meer dan 10% van het Europese BNP. En met de Ierse banken kan je als Europese overheid best ook niet te veel morrelen, want  de precedentwaarde hiervan is zeer groot.

De kans op een besmetting vanuit Cyprus is vandaar zeer beperkt, zelfs als er een echte run op de locale banken zou zijn ontstaan. Het (halve) land was klein genoeg om bikkelhard aan te pakken. Hun economische “model” was echter even scheefgetrokken als een aantal andere, grotere lidstaten maar deze kunnen en zullen beroep doen op hun relatieve “gewicht”.

Meer boeiende lectuur? Lees hier verder:

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.

Één reactie op “Regel 2: Pas regel 1 altijd toe

  1. Het risico op perceptie van een besmettingsgevaar was blijkbaar voldoende groot om van dit kleine landje een voorbeeld te maken. Opvallend hierbij waren de woorden van de minister Jeroen Dijsselbloem. Deze noemde Cyprus als een ‘template’ voor Europa.
    Het terugfluiten van het eerste plan door de bevolking niet te na gesproken is de boodschap duidelijk: niet alleen de belastingbetaler dient de rekening te betalen.

    Het in verhouding brengen van de financiële sector ten opzichte van het spaargeld van de bevolking van het land in kwestie is een nobele betrachting, maar het lost de situatie enkel in beperkte mate op. Het grijpt namelijk terug naar de theorie van de overheid als ‘lender of last resort’. Bovendien bestraft het die landen die een expertise in deze sector hebben uitgebouwd.

    Een alternatief zou de verschuiving van deze verantwoordelijkheid naar een Europese schaal kunnen zijn. Dit niveau zou op zijn beurt in ruil voor deze verantwoordelijkheid controle kunnen eisen op de manier waarop de financiële sector wordt uitgebouwd. Een groot deel van de problemen in Cyprus kwamen immers niet voort uit de omvang van de bank maar wel uit de manier dat deze met risico’s omsprong.

Reacties zijn gesloten.