Als het regent in september …

… dan valt kerstmis (meestal) in december. Of met andere woorden : de uitspraak van Olli Rehn over de mogelijkheid om “grote” spaarders boven de 100.000 euro mee in het bad te trekken wanneer een Europese bank failliet gaat , is zodanig evident dat men zich hierbij moet afvragen welk punt de eurocommissaris hiermee eigenlijk wenst te maken.

Sparen is immers een vorm van kredietverlening  aan een bank, net zoals interbancaire leningen of obligaties. Wanneer de rest van de bank dan verzwolgen wordt in het faillissement, zullen uiteindelijk ook deze deposito’s mee in de diepte verdwijnen. Vandaar dat er een externe beschermingslaag moet worden aangebracht door middel van een Staatsgarantie tot 100.000 euro (en niet daarboven) … nogal wiedes ?!

Toch wekt de uitspraak redelijk wat beroering  en valt de discussie al snel uiteen in twee kampen.

Voorstanders van het standpunt van Olli verwijzen terecht naar de juridische positie van een spaarder, die quasi-gelijkwaardig is met iedere andere kredietverstrekker aan de bank maar een  bijkomende garantie geniet die wordt afgeleverd door de Staat (dat wil zeggen : alle belastingbetalers, dus ook de niet-cliënten van de failliete bank)

In die zin is een dergelijke uitspraak misschien niet eens ongepast : het is immers nog niet zo lang geleden dat een aantal grote banken door de diverse Europese lidstaten moesten worden gered. Toch troepen spaarders opnieuw samen voor de deuren van diezelfde banken en plaatsen deposito’s alsof dit volkomen risicovrij zou zijn. Inderdaad een beetje paradoxaal want het waren precies deze grootbanken die de fundamentele crisis veroorzaakten: met andere woorden , iedere spaarder is mee verantwoordelijk voor de bank die hij kiest en hij is verplicht zich goed te informeren over de financiële toestand van deze instelling… Al is dat laatste makkelijker gezegd dan gedaan. Als het dan toch zo simplel zou zijn waarom greep de Staat, de toezichthouder , de ECB dan niet eerder in?

Tegenstanders van de uitspraak verwijzen naar een potentiële bankencrisis die dit kan uitlokken. Dit lijkt echter een weinig doordacht standpunt. Het is wellicht beter om nu klare wijn te schenken en duidelijk te maken dat je niet zomaar mag verwachten dat de Staat iedere bank in de toekomst volledig zal waarborgen. Dit gegeven is immers in het recente verleden teveel misbruikt door grootbanken die zich “too big to fail” wisten. Andere banken die een veel beter berekende strategie volgden, zijn dan de dupe van banken die speculatieve posities innemen. Als je toch door de Staat gered wordt, dan maakt het immers geen verschil of je strategie waardevol is of niet. Een dergelijk uitgangspunt is natuurlijk fundamenteel ongezond.  

Maar toch ben ik niet zomaar akkoord met het standpunt van Eurocommissaris Rehn: De Overheid draagt immers een verpletterende verantwoordelijkheid.  Je moet maar even nadenken over het volgende : het faillissement van een bank op zich is tamelijk gemakkelijk te remediëren als je snel genoeg en doortastend ingrijpt : het volstaat de bank te herkapitaliseren ( een paar miljard euro die je later meestal met winst terugverdient) en de bank tijdelijk aan een liquiditeitsinfuus te hangen (en dat kost momenteel zelfs niets).

De depositohouders komen hierdoor niet gevaar maar wel het oorspronkelijke aandeelhouders die door de noodzakelijke kapitaalverhogingen quasi volledig worden verwaterd. Daarom zal een toezichthouder dikwijls eerder afwachtend reageren en misschien te lang doorgaan in de hoop de bestaande structuren alsnog te redden. Niet onbegrijpelijk.  Dikwijls zijn het ook diezelfde aandeelhouders die akkoord zijn gegaan om, zoals in Cyprus,  massaal Staatsobligaties op te kopen om het budgettekort van het land te financieren. Hierdoor loopt de situatie echter volledig uit de hand en wordt de balans van de bank integraal geïnfecteerd zodat uiteindelijk ook de spaarmiddelen worden aangetast.

Het is ook pas in een dergelijke constellatie dat er een situatie kan ontstaan waarbij deposito’s dreigen in het faillissement te worden betrokken. Op dat moment kan men zich echter vraag stellen of een dergelijk land wel voldoende bewarend is opgetreden. Via zijn toezichthoudende functie had de Staat immers de contractuele verplichting om de nodige maatregelen te nemen opdat de zaak niet uit de hand zou lopen.  

Akkoord dus met Olli Rehn als u hij er fijntjes aan toe zou voegen dat tegelijk het onomstotelijk bewijs moet zijn geleverd dat het betrokken land (in casu bij de systeembanken : de ECB)  alles heeft gedaan om een dergelijke escalatie te vermijden en voldoende doortastend is opgetreden om de belangen van de spaarders te vrijwaren. Een dergelijk bewijs lever je niet zomaar : Als je als Overheid, dankzij efficiënt toezicht , doortastend en snel, zou zijn opgetreden, dan had het euvel zich immers niet voltrokken …

Dit bericht werd geplaatst in bankencrisis en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.

2 reacties op “Als het regent in september …

Reacties zijn gesloten.