Geen nieuws is goed nieuws …

Maar slecht nieuws is beter.

Nadat de economische berichtgeving het ene slechte cijfers na het andere afleverde bleken de financiële markten zich wonderwel te handhaven. Dit is temeer verbazend vermits de “slecht nieuws”-show zich niet beperkte tot één regio maar wereldwijd plekken van tegenvallende economische prestaties ontdekte. De Amerikaanse economie vertoont duidelijk groeikrampen, de Chinese locomotief is duidelijk op zoek naar een tweede adem, terwijl Europa steeds nadrukkelijker wordt geconfronteerd met zijn politieke patstelling : Om de Eurozone te redden zijn er drastische besparingen nodig waardoor het economisch herstel zich steeds verder in de tijd gaat situeren.

Dit blijkt echter de aandelenbeurzen niet te deren. De Amerikaanse koersindex bereikte reeds enkele weken geleden zijn hoogste peil ooit en lijkt dit niveau – met wat ups and downs- goed te kunnen verdedigen.  De Japanse aandelenmarkten kunnen een onwaarschijnlijke klim verder zetten terwijl de Aziatische beurzen in het algemeen en volgens iedere meting reeds een tijdje vanuit de hoogte kunnen terugblikken op de records die dateren van voor de diepe crisis. Dit recordniveau werd overigens bereikt zonder hulp van de Chinese beurzen.  Andere landen in de regio, zoals Thailand, Maleisië en de Filippijnen hebben de rol van voortrekker overgenomen hetgeen de Aziatische beursindex wel naar een hoger peil kan tillen maar natuurlijk niet de rol van economische motor van de wereldeconomie kunnen overnemen.    

De Europese index is nog een eindje verwijderd van zijn topniveaus. Dit staat ongetwijfeld in verband met de lethargische groei van de bedrijfsresultaten maar de Europese beurzen wisten zich toch behoorlijk op te tillen na de dieptepunten van 2009, voornamelijk dankzij een herstel van haar koers-winstverhouding.

Dit laatste is typerend voor een context waarbij een substantiële monetaire groei wordt gecreëerd en de rentevoeten naar een zeer laag peil worden gemanoeuvreerd in een poging de economie te heranimeren.

Of dit laatste lukt kan vooraf nooit met zekerheid worden vastgesteld. Wat wel zeker is dat indien men dit niet zou doen, de globale economie langzaam maar zeker in een uitzichtloze deflatiespiraal zal terecht komen.

Wat ook zeker is dat in een dergelijke omgeving de koers-winstverhoudingen steeds beginnen toe te nemen. Dit fenomeen wordt natuurlijk verklaard door de anticipatie op een uiteindelijke verbetering van de economische groeicijfers. Dit geeft tevens aan hoe de huidige paradox kan worden opgelost: Slechte economische cijfers leiden tot hogere beurzen omdat de monetaire overheden nu geen enkele rem meer hebben om niet hun meest extreme wapens in te zetten : Nog lagere rente in Europa in combinatie met doelgerichte investeringen in Spanje , een bestendiging van de aankooppolitiek van de Amerikaanse Centrale Bank ( waarbij “tonnen” obligaties op lange termijn worden ingekocht en de rente naar beneden wordt gedrukt ), doortastende monetaire impulsen in Japan en – save the “best for last”: Een rentedaling in China. Voor dit laatste dient echter de inflatie verder te stabiliseren met als voornaamste ingrediënt de internationale voedselprijzen.

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.