Godzijdank zijn er Chinezen

Het zo net verschenen Chinese inflatiecijfer brengt opnieuw wat hoop voor de financiële markten, die zich –ondanks een toevloed aan slecht nieuws in de afgelopen weken – bijzonder kranig wisten te gedragen. De inflatie viel in China terug van 3,2% tot 2,1% op jaarbasis. De voornaamste oorzaak moet worden gezocht in de afnemende druk op grondstoffenprijzen in het algemeen en voedselprijzen in het bijzonder.

Dat is geen onbelangrijke evolutie want het vorige cijfer lag te kort bij de maximaal toegelaten inflatie (3,5%) om van enige beleidsruimte te kunnen spreken. Die ruimte om gerichte stimulerende maatregelen te nemen is nu plots sterk genomen. Toch moet niet worden verwacht dat de Chinese overheid deze ontwikkeling onmiddellijk zal aangrijpen om verregaande algemene maatregelen te nemen.

Het risico op de vorming van een vastgoedzeepbel is daarvoor te imminent, terwijl de economie op zich geen directe zweepslag nodig heeft. De recente PMI-cijfers waren weliswaar eerder teleurstellend maar zeker nog steeds indicatief voor een expansie in de industriële sector terwijl de groeivoet van de Chinese geldhoeveelheid als bijzonder accomodatief mag worden beschouwd. Er wordt immers voldoende geld gecreëerd om een reële economische groei te ondersteunen van meer dan 10%, terwijl de prognoses voor 2013 zich slechts in een orde van grootte van 8% situeren.

Denk ook niet dat de Chinese overheid deze omstandigheid zal aangrijpen om haar officiële rentetarieven te laten dalen. In de voorbije maanden had de Chinese monetaire niet de kans om haar rente te laten dalen maar gelet op de huidige inflatievoet kan ze dit – indien nodig-  nu wel en dat maakt een wereld van verschil vanuit investeringsstandpunt.    

Nu ook Japan (eindelijk) de weg van de agressieve monetaire stimulans lijkt te hebben gevonden, profileert Azië zich steeds nadrukkelijk als de uitverkoren stek voor investeerders met een lange termijn perspectief en dit zowel wat betreft de locale aandelenmarkten als gespreide obligatieposities. De eerste omwille van de evidente impact van toenemende bedrijfsresultaten in een stabiele inflatieomgeving met aantrekkende groei, de tweede omwille van de nog steeds redelijk hoge rentetarieven zonder imminent renterisico.

De VSA kreunt intussen nog wat verder onder de recente, tegenvallende ISM-cijfers en haperende werkgelegenheidscreatie maar zal ongetwijfeld in de komende weken zijn comeback voorbereiden. Met het resultatenseizoen in het vooruitzicht,  lijkt een fundamentele ondersteuning van de lokale beurzen in de maak , zodat we (licht) overwogen blijven in Amerikaanse aandelen. Posities in lange termijnobligaties in USD worden echter vermeden. De rentevergoeding weegt momenteel niet op tegen de renterisico’s.

Europa lijkt wat hierbij verweesd achter te blijven. In haar gevecht om de eurozone te behouden moeten de achterblijvende landen hun verlies aan efficiëntie compenseren met een drastische budgettaire inkrimping maar deze besparingen staan haaks op een beleid dat een economisch herstel moet helpen bewerkstellingen.  Een regelrechte “catch 22” –situatie die echter verplicht om verder de botte bijl te blijven hanteren. Uit de eurozone droppen is immers (momenteel) geen optie. In de eurozone blijven verplicht echter tot een reeks verregaande besparingen die het opgelopen  concurrentienadeel met (vooral) Duitsland moeten compenseren maar de lokale economie in een wurggreep houden.

Het is nog te vroeg om te oordelen of een dergelijk plan al dan niet tot mislukken gedoemd zou zijn. Alleszins bewegen de lopende rekening  en de reële effectieve wisselkoersen van ondermeer Spanje en Italië in de juiste richting maar ook de interne economie moet herstellen om een positieve budgetbijdrage te kunnen leveren en hiermee de besparingsdruk geleidelijk te verminderen.

Toch moeten we ook een zeer positieve evolutie onderkennen : stelt  u zich eens voor dat we vorig jaar geconfronteerd zouden zijn met een politieke impasse in Italië, een epische implosie van het Cypriotische financiële systeem (en haar economie) , een resem ongelukkige uitspraken van europolitici en een formele “neen” van het Grondwettelijk Hof aan de Portugese besparingsplannen. Dit zou op dat moment ongetwijfeld met verregaande financiële schokgolven gepaard zijn gegaan , maar veroorzaakt nu enkel wat rimpels op de Europese financiële markten. Deze “rimpels” staan daarenboven meer in verband met de ontwikkelingen in de VSA en China dan in Europa. (Want vandaar moet de impuls voor de groei nu eenmaal komen.) 

De Europese financiële omgeving is duidelijk veel stabieler geworden dankzij de ingrepen van de ECB waardoor de Europese banken zich van liquiditeit verzekerd weten en speculanten het niet aandurven om het op te nemen tegen een Europese machine die zoveel geld mag en kan drukken als nodig wordt geacht. ( Of alleszins momenteel deze boodschap mag verspreiden)

Vandaar dat Europese aandelen het voordeel van de twijfel blijven genieten, voor zover het geografische accent hierbij op Duitsland en Scandinavië wordt gelegd. Europese bedrijfsobligaties blijven we momenteel aanhouden, gelet op de stabiliteit van de huidige “spreads” maar bijkomende posities worden niet opgebouwd. De huidige rentestand laat dit gewoon niet meer toe.

Aandelen blijven dus overwogen in onze beleggingsstrategie, met nadruk op Aziatische marken, Duitse, Amerikaanse en Scandinavische namen. De sterk onderwogen positie in Japan, werden recentelijk terug opgevoerd.  Obligaties zijn als rubriek onderwogen maar binnen deze beleggingsklasse wordt de positie in Emerging bonds sterk overwogen.

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.