Het ISM-cijfer voor de Amerikaanse industriële sector kwam binnen als verwachte, koude douche.

Ook al is het geen echte verrassing, het blijft toch onaangenaam om deze belangrijke maandelijkse indicator van zijn eerdere, behoorlijke niveau van 54,3 naar een bescheiden inschatting van 51,3 te zien tuimelen. Maar de conjunctuurprognose leek ons sowieso in februari wat overschat, zodat een terugslag van deze orde van grootte, niet als volkomen onverwacht komt voor de Amerikaanse beurzen.

Maar vermits de aandelen in de VS record na record opstapelden in de afgelopen weken, vraagt een dergelijke hoge prijswaardering om bevestigende signalen uit de reële economie. De vooruitzichten blijven weliswaar wijzen op een groeiende industriële sector maar tegen een wat trager tempo. Vooral de deelcomponent die nieuwe orders voorspelt, kende een belangrijke terugslag, na een eerdere, verrassende stijging in de voorafgaande maanden. Toch reageerde de aandelenbeurs zonder paniek. De beursvolatiliteit nam slechts in zeer beperkte mate toe, terwijl significante koersverliezen uitbleven.

Het tegenvallende ISM-cijfer werd immers voorafgegaan door een economisch rapport dat wees op verdere, uitgesproken vooruitgang in de vitale bouwsector. De herneming van de huizenbouw is belangrijk als indicator voor het fundamentele genezingsproces dat de Amerikaanse (maar niet de Europese) economie in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. In de huidige fase is een verdere groeiversnelling in bouwsector van vitaal belang voor de creatie van werkgelegenheid. Hierdoor wordt immers een stabiele basis aangelegd voor toekomstige economische groei. Tot nu toe was de Amerikaanse groei veel te afhankelijk van de massieve monetaire impulsen van de Overheid, die hoe dan ook begrensd zijn in de tijd. Binnen de deelcomponenten van de ISM-indicator valt trouwens op dat precies de werkgelegenheidsindicator duidt op verdere groei tegen een versnellend tempo, terwijl de prijsdruk afneemt en er vandaar (nog steeds) geen direct gevaar is voor de toekomstige ontwikkeling van inflatie.

Daarenboven vormt het ISM-cijfer over de Amerikaanse economie slechts een beeld over 30% van de economie. Het rapport over de dienstensector wordt in de komende dagen gepubliceerd. Dit rapport is meer representatief en vertoont tot nu toe een stabieler gedrag op een hoger niveau.

Mijn fundamentele lezing van het rapport van maandag is dus eerder positief en ieder geval niet van aard om de positionering in Amerikaanse aandelen die licht overwogen worden in onze strategie, te wijzigen. Enkel indien het rapport over de dienstensector zou ontgoochelen, dient deze positie te worden herzien.

Dit bericht werd geplaatst in conjunctuur en getagd ,, door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.