Slechte conjunctuurcijfers wakkeren de beurzen aan

De snel opeenvolgende signalen over een globale groeivertraging duwen de rentevoeten verder naar beneden, waardoor de ultieme pijngrens van de obligatiebelegger stilaan in het vizier komt. Ondanks de onmiskenbare groeikrampen die in de afgelopen weken steeds duidelijker zijn geworden, gedroegen de meeste aandelenmarkten zich nog redelijk kranig. Dit betekent echter niet dat de neerwaartse aanpassingen aan de verwachte wereldconjunctuur niet zouden zijn doorgerekend. Het betekent enkel dat de negatieve impact van de groeivertraging gedeeltelijk wordt geneutraliseerd door (nog) lagere lange termijnrente. Voor zover dit laatste nog kan want in de belangrijkste Westerse landen raakt de nominale rente op lange termijn bijna aan de nullijn, terwijl de reële rente zich al geruime tijd in negatieve regionen ophoudt. 

Maar net als je dacht dat de “slechtnieuwsstroom” zowat aan zijn einde zou zijn gekomen, komen nog snel twee diepe ontgoochelingen de sfeer grondig verzieken: De vertraging in de huizenbouw in de VSA die gisteren (22/4) werd aangekondigd is alleszins weinig opbeurend. Het was immers precies deze sector waarvan de grootste bijdrage aan de werkgelegenheidscreatie werd verwacht. En dit laatste is van cruciale orde voor de ondersteuning van de binnenlandse vraag. Het slechte nieuws werd echter met de nodige gelatenheid opgevangen. De positieve interpretatie is immers dat de gevreesde inperking van de fiscale en monetaire stimulansen nu alleszins uitgesteld zal worden en de Amerikaanse economie nog een tijd langer kan “genieten” van een expansief beleid. De resultaten van de bedrijven vallen overigens nog behoorlijk mee, zodat de Amerikaanse beurs hiervan nog enige steun ondervindt en zeker zijn bereikte recordniveau zal kunnen verdedigen.

De vroege ochtend van 23/4 brengt een volgende opdoffer ( ook al zag je dit wat aankomen ): De Chinese PMI-cijfers ontgoochelen voor een tweede maand op rij met een terugval van 51,6 tot 50,5. Op zich geen ramp natuurlijk, maar wel indicatief voor een verdere vertraging van het groeipad van de Chinese economie waar de –relatief sterke- binnenlandse groei de terugval in exportmarkten niet meer voldoende kan compenseren om de legendarische “double digit” groeicijfers uit het recente verleden te evenaren. Op zich allemaal niet onverwacht, maar het blijft onaangenaam en veegt de recente koerswinsten op de Chinese beurzen meteen van de tabellen.

Maar ook hier zal de positieve interpretatie uiteindelijk de overhand nemen: De Chinese overheid begint langzaam maar zeker ook de negatieven gevolgen van de recente groeivertraging in te zien. Oorspronkelijk werd door de Overheid nog terecht verwezen naar de onvermijdelijke afkoeling van de Chinese economie op korte termijn. De locale economie moet zich immers aanpassen aan de snel wijzigende demografische omstandigheden en de hogere arbeidskosten, maar deze structurele aanpassingen beginnen te zwaar door te wegen om zonder begeleidende maatregelen te worden opgevangen.

Maar China beschikt nog over een machtig wapen. De officiële rentevoeten bevinden zich immers nog op 6% (in tegenstelling tot de VSA, Europa en Japan die al geruime tijd het nultarief moeten hanteren). Indien ook de volgende cijfers over de evolutie van de (voedsel-)inflatie zich gematigd manifesteren, dan opent dit belangrijke perspectieven voor een substantiële stimulans van de Chinese ( en bij uitbreiding: wereld-) economie.

In dergelijke context zal ieder slecht conjunctuurcijfer geïnterpreteerd worden als een verhoogde kans op verdere economische en financiële stimulansen en vandaar de wereldbeurzen tot hogere koersen inspireren.

Vandaar dan ook geen volledige capitulatie op de aandelenbeurzen: De “cavalerie” staat immers klaar om ter hulp te schieten maar het wordt stilaan wel de hoogste tijd om tot gecoördineerde actie over te gaan.

 

Dit bericht werd geplaatst in conjunctuur en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.