Eén-armige economisten gevraagd

Toen Ronald Reagan het (weeral) danig op de heupen kreeg van de eindeloze uitweidingen van zijn economische adviseurs en vooral het gebrek aan éénduidige conclusies uit hun doorwrochte analyses, riep hij in vertwijfeling uit: “bring me a one-armed economist”. Zijn stafmedewerkers keken verbaasd op en vroegen waarom. Het antwoord van de President was tegelijk laconiek als gemeend: “Ik ben deze besluiteloosheid beu: always on the one hand this, but on the other hand that …”  Voor een goed begrip: Hij had dit grapje vooraf als een uitgehaald met zijn juridische adviseurs. Maar indien Ronald de speech, die Bernanke gisteren afleverde, zou hebben gehoord, dan zou hij ons zijn legendarische one-liner zeker in herinnering brengen. De Voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank gaf immers het perfecte voorbeeld hoe op een eenvoudige vraag een zodanig onduidelijk antwoord kan worden geformuleerd dat iedereen met onzeker gevoel naar huis gaat.

De vraag was nochtans simpel : Hoelang moet de Amerikaanse economie nog worden ondersteund via massale aankopen van obligaties op de financiële markten? Zo lang als nodig, was in eerste fase het antwoord van “Helicopter Ben”, volledig in de lijn van zijn reputatie. Zo stelde hij ooit om geld via helikopters uit te strooien, indien het dat was dat nodig zou zijn om de economie te herstellen.

De Amerikaanse aandelenbeurs stemde volledig in met deze analyse en steeg prompt met meer dan een procent. Maar daar bleef het niet bij: De Fed-Voorzitter ging dieper in op diverse scenario’s waarin toch een zekere terughoudendheid kon worden afgeleid over het doorzetten van de expansieve monetaire politiek, zeker indien er zich tekenen van substantieel herstel op de arbeidsmarkt zouden aftekenen.

Grote consternatie: Zijn die er dan? Volgt Bernanke nu plots de mening van enkele “hardliners” die wijzen op herstel in de bouwsector? De tewerkstelling herstelt zeker in deze arbeidsintensieve sector, maar het werkloosheidspeil is met zijn huidig niveau toch nog mijlen veraf van zijn doelstellingen? Of niet, soms?

Het daaropvolgende signaal van de beurzen is wel duidelijk: De economie is nog onvoldoende hersteld om te vermoeden dat zij op eigen kracht een hoger groeipad kan inslaan. Doortastende monetaire maatregelen zijn en blijven nodig. Alles wat dit scenario in de weg staat, zal het herstel onnodig vertragen. Met de ongelukkige hint van Ben Bernanke dat de kans op een tempovertraging van de monetaire groei zou zijn toegenomen, wordt op de aandelenmarkten dan ook onmiddellijk afgerekend.

Hierbij mag men natuurlijk ook niet uit het oog verliezen dat de meeste wereldbeurzen ook spectaculair zijn gestegen over de afgelopen maanden, waardoor de financiële markten ook zeer gevoelig zijn voor ieder nieuws dat in de toekomst van het ideale scenario zou kunnen worden afgeweken.

Dat geldt zeker voor de Amerikaanse beurzen, maar meer nog voor de Japanse aandelenmarkten waar alle ingehouden beursfrustaties over de afgelopen 25 jaar zich in de afgelopen weken, haast in één klap, vertaalden in een haast ongeloofwaardige koersopstoot. Na een dergelijke recordrace wordt een aandelenmarkt bijzonder kwetsbaar voor tijdelijke, scherpe correcties, zoals we vanmorgen mochten merken.

Een ongeluk komt echter nooit alleen: De woorden van Bernanke waren nog niet koud of HSBC leverde zijn nieuwste prognose af voor de Chinese economische groei, gebaseerd op enquêtes bij locale aankoopdirecteuren. Hieruit bleek eens te meer dat de Chinese industriële groei afstevent op een groeistilstand. Het uitblijven van de nodige stimulerende maatregelen straalt intussen negatief af op de financiële markten. Uit de commentaren van de Chinese Premier blijkt alleszins nog niet zijn  overtuiging  dat een ingreep direct nodig is. Of alleszins dat het gevaar van een stimulerende politiek nog te groot is, gelet op de vastgoed- en vooral de voedselprijzen.

De financiële markten zijn momenteel erg kwetsbaar voor dergelijke ontwikkelingen. Ze zijn immers in belangrijke mate vooruitgelopen op een substantieel economisch herstel in 2014. De verwachtingen rond dit herstel zijn echter in belangrijke mate gestoeld op de assumptie van volgehouden monetaire stimulansen. Deze veronderstelling is momenteel echter op zoek naar een ondersteunende en eenduidige boodschap. En laat dat nu precies het zwakste punt zijn voor de Fed-Voorzitter en de moeilijkste horde zijn voor de Chinese Premier. Beiden zijn overigens twee-armig …

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.