Het succes van de monetaire politiek wordt (mee) bepaald in een Chinese varkensstal

Vrees niet voor een goedkope schimpscheut. Dat is niet aan ons besteed. De inspanningen van de monetaire overheden wereldwijd zijn absoluut nodig om de globale economie van de nodige zuurstof te voorzien. Dat deze stimulerende politiek overigens niet zonder gevaar is, is open deuren intrappen. Het gevaar van niet-interventie is immers veel groter. Overal, behalve in China …Het zal u intussen niet ontgaan zijn dat de meeste officiële rentevoeten hun absolute nulpunt hebben bereikt in een ultieme poging om het krediet zo goedkoop te maken, dat ook de meest terughoudende investeerders niet meer aan de verleiding zullen kunnen weerstaan om hun investeringsplannen op te drijven en hiermee de economische groei de nodige impulsen te geven.

De rentevoeten van de tweede grootste economie, blijft echter opgezadeld met een relatief hoge korte termijnrente van 6%, ondanks onmiskenbare tekenen dat ook de lokale industriële groei begint te kraken onder de globale terugval van de vraag.

Zelfs een louter symbolische daling van deze rentetarieven zou volstaan om een wereldwijde adrenaline opstoot te veroorzaken. Maar uit de commentaren van de Chinese leiders valt nergens af te leiden dat men een dergelijke stap zelfs maar zou overwegen (en deze houding lijkt niet te zijn ingegeven door een speltheoretische benadering om de verrassing zo groot mogelijk te maken wanneer de rentebeweging zich dan toch zou voordoen). Rentebewegingen in China worden immers steeds ingeleid door wijzigingen in de reservecoëfficiënten van de lokale banken (de reserve requirement ratios), die echter geen krimp geven.

Grafiek 1: Reserveverplichtingen Chinese banken en officiële rente in China

CHPicture1

De motivatie hiervoor is tweeledig: enerzijds is er de vrees voor de creatie van een zeepbel in de vastgoedsector. Maar dit kan via interne maatregelen onder controle worden gehouden. Anderzijds blijft er wel de dreiging van stijgende voedselprijzen. Oplopende prijzen hebben al in Vietnam en India een relatief zware economische tol gevraagd in de vorm van een algemeen oplopende inflatie en tekorten op de betalingsbalans.

Voor dit laatste hoeft China natuurlijk niet te vrezen maar wel voor het eerste. De Chinese voedselinflatie vormt immers een belangrijk onderdeel van de totale inflatie en de opstoten van voedselprijzen worden vooral op de internationale markten bepaald en zijn vandaar niet op te vangen met interne maatregelen. Het is hierbij vooral opvallend hoe de prijzen van maïs en soja de laatste tijd opnieuw zijn opgelopen en terug in de buurt komen van hun recordniveaus van 2007. Destijds vormden deze pieken een rechtstreeks bedreiging van de Chinese inflatie, het lijkt dan ook logisch dat het huidige niveau met de nodige argwaan moet worden bekeken. Een rentedaling in deze context van inflatoire dreiging lijkt dan ook niet aangewezen.

Grafiek 2 Voedselprijzen (in US$)

CHPicture2

Opvallend hierbij is, zoals gezegd, de stijging van soja en maïs. Beide producten vormen de basisingrediënten van de intensieve vee- en (vooral) varkensteelt en vormen zo ook een duidelijk teken van de sterk gewijzigde voedingsgewoonten van de gemiddelde Chinees (toch nog met zo’n 1,3 miljard monden). De totale productie van maïs en soja wordt voor 70% en meer aangewend bij intensieve vleesproductie en dat is precies een industrie die zich zeer sterk heeft ontwikkeld in het China van vandaag (naar “voorbeeld” van de westerse landen). De zeer hoge intensiteit van de vleesproductie verpest niet alleen het milieu (met methaan, CO2 en nitraten) maar ook de monetaire omgeving.

Eigenaardig toch, hoe de natuur zich altijd weet te wreken. Indien u eraan twijfelt of “global warming” wel een écht probleem is (gelet op de lang aangehouden koude temperaturen in Europa en de VS ) dan kan de impact op de globale wereldeconomie en –beurzen u misschien wel wakker houden?

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.