Windstilte (zoals altijd, tijdelijk)

Weinig nieuws onder de economische zon. Maar ook dat is geen onbelangrijk gegeven voor beleggers. De globale economie houdt zijn sukkeldrafje nog even aan maar de meeste aandelenbeurzen klokken record na record af en weten de bereikte niveaus telkens met glans te verdedigen in het vooruitzicht van een wereldwijd en substantieel herstel van de economische activiteit. De hoop op een dergelijke ontwikkeling wordt gevoed door de bijzonder expansieve monetaire politiek in Europa en de VSA, hetgeen zelfs zeer extreme vormen aanneemt in Japan.

Grafiek 1 : Evolutie van de wereldbeurzen

AAPicture1

Een belangrijke afwezige op dit vlak blijft de Chinese overheid die een rentedaling voor zich uit blijft schuiven. Spijtig, maar niet ten onrechte overigens: Het gevaar voor een oververhitting van de lokale economie schatten we weliswaar niet zo hoog in maar de voedselinflatie blijft een bedreiging vormen, zeker nu op de internationale markten de prijsontwikkeling opnieuw de verkeerde kant opgaat. Op dit moment vormt dit nog geen beletsel voor de prognose van een globaal economisch herstel in 2014, tenzij de Chinese groei nog verder zou wegglijden. Maar op dat moment zal de Overheid toch verplicht zijn in te grijpen en het risico nemen op verdere ontaarding van de voedselprijzen.

Op het rentevlak vallen vooral de lichte stijgingen van de Duitse lange termijnrente op. Weliswaar beperkt in omvang maar toch  te interpreteren als een positief signaal: Deze ontwikkeling duidt immers tegelijk op een (lichte) verbetering in de bedrijfseconomische vooruitzichten als op een verdere ontspanning binnen de Eurozone.

Grafiek 2 : Evolutie Duitse lange termijnrente

AAPicture2

Een nieuwe ontaarding van dit probleem lijkt momenteel weinig probabel gelet op de vastgestelde budgettaire discipline bij de probleemlanden, de afname van de verschillen in de reële effectieve wisselkoersen tussen de lidstaten. Nu ook de lopende rekening van Spanje, Italië , Portugal en Griekenland steeds minder een probleem vormt, lijkt de weg verder open te liggen voor een afname van hun renteverschillen met Duitsland.

Dit verschil wordt geleidelijk weggewerkt door een dubbele beweging: lagere lange termijnrente in de Europese probleemlanden en (beperkte) stijgingen in Duitsland. Dit betekent ook dat de “flight-to-quality”-premie van Duitsland verder kan afnemen en zich op een precrisis niveau bevindt.

De daling van de officiële korte termijnrente die de ECB doorvoerde op 2 mei, blijft intussen zonder gevolgen op de interbancaire markt. Dit is niet verbazend. De bodemrente ( de “reporate”) deed in het verleden al het belangrijkste werk. Hierdoor konden banken die de nodige waarborgen konden voorleggen, aan een nul-tarief ontlenen bij de ECB. Vermits banken hierdoor opnieuw meer gaan ontlenen, verhoogt het gebruik van deze kredietfaciliteit de hefbomen, die nu echter gelimiteerd zijn tot 30 € per 1€ kapitaal.

De impact van deze maatregel is nu echter grotendeels uitgewerkt vermits de meeste banken  hun maximum aan financiële hefboomwerking hebben bereikt. De meest recente daling van de officiële rentetarieven werd begin mei vandaar doorgevoerd op de herfinancieringsrente. Dit is een soort plafondrente, die in de huidige omstandigheden minder relevant is, maar dit eventueel wel kan worden wanneer er zich opnieuw spanningen in het bancaire landschap zouden voordoen. Van dit laatste is er overigens weinig sprake. De indicatoren die het financiële risico meten, pikken alleszins geen enkel signaal op dat in die richting zou wijzen.

Grafiek 3 : Europese korte termijnrente

AAPicture3

 

Deze vaststelling leiden tot een afwachtende houding bij het beleggingsbeleid : Aandelenposities blijven hun maximumposities innemen, met een speciale nadruk op Aziatische markten. Bij obligatieposities beperken we ons wat betreft overheidsobligaties tot Ierse staatsobligaties, maar leggen vooral een accent via Emerging bonds. De posities in bedrijfsobligaties blijven we behouden, maar volgen de evolutie met de nodige argwaan, gelet op de sterk afgenomen spread met overheidsobligaties.

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd ,, door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.