Be careful what you wish for …

We hebben in de afgelopen dagen de beursgoden gesmeekt om een slechte indicator voor de economie van de Verenigde Staten. Door goede indicaties over de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen, de huizenprijzen, de activiteit in de bouwsector en de tewerkstelling was er immers twijfel ontstaan of de Centrale Bank nog bereid zou blijven om haar agressieve stimulerende politiek voort te zetten. De meeste analisten vinden het echter nog te vroeg om de Amerikaanse economie los te koppelen van haar dagelijkse monetaire adrenalinespuit maar enkele “hardliners” bij de Fed blijven erop wijzen dat een te lang volgehouden monetaire “doping” de economie structureel zal verzwakken en sturen aan op een afremming.

In ieder geval hebben de financiële markten al meerdere duidelijk hun voorkeur laten blijken voor een scenario van volgehouden monetaire stimulansen, tenminste zolang er geen inflatiegevaar opduikt. De relatief goede economische cijfers uit de afgelopen dagen leken echter te wijzen op een verhoogde kans op een afzwakking van de monetaire stimulansen, vooral dan wat betreft de massale inkopen van obligaties op de financiële markten. Hierdoor stijgen echter de rentevoeten in een mechanisch verband dat op zijn beurt investeringen en consumptie zal afzwakken. Slecht nieuws dus voor zowel obligatie- als aandelenbeurzen.

Maar (heel) soms word je dan toch op je wenken bediend …

Maar zoals het beursgoden betaamt, gebeurt de verleende gunst dan in een dergelijke proportie dat het moeilijk te slikken blijkt te zijn voor gewone stervelingen. Het Amerikaanse ISM-cijfers was immers zo slecht dat de negatieve repercussies even leken door te gaan wegen op de positieve gevolgen van deze indicator. Met een daling van 50,7 tot 49 gaven de Amerikaanse aankoopdirecteuren de verbazende indicatie dat de industriële sector in de komende zelfs een lichte contractie moet gaan doorworstelen. Vandaar ook initieel een schrikreactie op de aandelenbeurzen.

Dit herstelde echter geleidelijk naarmate de interpretatie over dit verrassende cijfer geleidelijk verschoof: Enerzijds onderbouwt een dergelijk cijfer immers de stelling dat het nog veel te vroeg is om op de monetaire rem te gaan staan, anderzijds lijkt dit cijfer te zijn vertekend door een te negatieve interpretatie van de internationale omgeving.

Grafiek : Amerikaanse ISM cijfers ( Industriële sector )

ISMPicture1

Alleszins moet men een dergelijk cijfer ook in zijn statistische context zien. Op dergelijke indicatoren zit een foutenmarge van ongeveer 2 punten (tussen 49 en 51 is er m.a.w. geen verschil), zodat ook geen overdreven conclusies moeten worden getrokken. Het globale cijfer voor de Amerikaanse economie lijkt vooral de vroegere vaststellingen uit de omgeving van Chicago te bevestigen. En laat de laatste waarneming rond dit (vooruitlopende) cijfer nu precies heel positief te zijn geweest …

Genoeg om de aandelenbeurzen terug nieuwe hoop in te blazen en tegelijk de obligatiemarkten (tijdelijk) te kalmeren.

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur en getagd door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.