Duizend bommen en granaten (?)

Het onzalige vooruitzicht van een militaire interventie in een notoir wespennest als Syrië is niet van aard om de financiële markten vrolijk te stemmen. De kans op een internationale escalatie is immers reëel terwijl in het beste geval aan één van de betrokken lokale kemphanen een tijdelijk maar decisief voordeel wordt bezorgd om nadien geconfronteerd te worden met een chaotische reeks van interne conflicten tussen goedbewapende splinterbewegingen.

Maar zonder reactie blijven na de wraakroepende ontwikkelingen, lijkt dan ook weer geen optie, zodat de markten zich dan instellen op een al even geldverslindende als uitzichtloze confrontatie.

De bezorgdheid over deze situatie drukt het economische nieuws op de achtergrond. Nochtans waren er in de afgelopen dagen een aantal interessante ontwikkelingen. De tegenvallende Amerikaanse cijfers over de verkoop van duurzame goederen bracht enig soelaas op de hypernerveuze obligatiemarkten, terwijl de verrassend goede evolutie van de Chinese PMI-cijfers, kan wijzen op een beperkt herstel van de industriële activiteit, met positieve repercussies voor de rest van Zuidoost Azië. Dit laatste was overigens meer dan welkom en van aard om de terugval in de Aziatische aandelenmarkten tijdelijk af te remmen.

De fundamentele situatie is echter weinig veranderd: Het tempo van de economische groei in China dicteert de pas van de omringende landen die de Chinese terugval (zelfs tot 6% in 2014) vertalen in een lichte recessie, zoals in Thailand of Maleisië, met een moeilijk te ontkennen terugval van de verwachte bedrijfsresultaten en dito beursprestaties.

De enige houdbare oplossing bestaat uit een drastische daling van de Chinese officiële rentetarieven waarmee de industriële sector opnieuw over voldoende zuurstof kan gaan beschikken. Maar deze maatregel dreigt voor een zeepbel te zorgen in de vastgoedsector en zal de voedselinflatie nog meer aanzwengelen. De nefast gevolgen van een dergelijke politiek zijn in India en Indonesië af te lezen aan de dagelijkse achteruitgang van hun muntkoersen, opgejaagde voedselprijzen en dramatische handelstekorten.

De achteruitgang van de wisselkoersen van de groeilanden ten opzichte van de US dollar en de euro, is overigens vrij algemeen en beperkt zich niet tot India en Indonesië. Toch is er een verschil met Thailand, de Filippijnen of Maleisië. Deze munten verliezen ook (sterk) aan waarde maar hadden in de voorafgaande jaren een stevige koersklim laten optekenen, die ze nu tegen een snel tempo terug verliezen.

Grafiek 1: Wisselkoersen Thailand, India en Indonesië ten opzichte van de euro

 0_Picture1

De reden hiervoor is de mogelijke wijziging in de politiek van de Amerikaanse Centrale Bank. Een hogere Amerikaanse rente ( omwille van verbeterde economische vooruitzichten in de V.S.) dwingt een aantal Aziatische landen tot een verhoging van hun rentetarieven. Maar hiervoor bestaat er geen ruimte want de economische groei zwakt daar precies af. Het resultaat laat zich dan gemakkelijk raden: Een terugval van de muntkoers op de internationale wisselmarkten.

Dat de Amerikaanse lange termijnrente naar een hoger niveau moet, is intussen algemeen aanvaard. Zo moet de reële rente op lange termijnobligaties terug evolueren naar zijn natuurlijk peil, met name de verwachte reële economische groei en dat stelt toch nog een verdere klim van minstens 1% in het vooruitzicht. Op zich vormt dat geen probleem, het betreft immers maar een normalisatie. Belangrijker is echter het tempo waarmee deze renteklim wordt opgelegd en dat ligt grotendeels in handen van de centrale bank.

Grafiek 2: Amerikaanse economische groei en Reële rente

 0_Picture2

De rode lijn volgt de Amerikaanse LT reële rente, de groene lijn geeft de groei van het BNP van de VS. De magenta en blauwe streep meten het gemiddelde van deze economische parameters over de laatste 10 jaar.

Het verwachte scenario houdt in dat vanaf medio september de monetaire overheid zal aankondigen dat haar expansieve beleid geleidelijk worden afgebouwd, met als eerste stap het terugschroeven van de systematische aankopen van overheidsobligaties. De economisch zeer gevoelige hypotheekobligaties worden zo voorlopig nog gespaard. Pas tegen begin 2014 zou ook hier een afremmende beweging worden ingezet. In dit perspectief kunnen de Amerikaanse LT rentetarieven met nog zo’n half procent stijgen tegen het jaareinde. De Europese rente zal deze evolutie slechts ten dele volgen. De economische heropleving verloopt in het Oude Continent immers tegen een veel lager tempo dan in de V.S.

Voor investeerders houdt dit in dat aandelenmarkten eerder afwachtend moeten worden ingeschat ondanks de groeiende overtuiging van verdere verbeteringen in de bedrijfsresultaten in de V.S. en Duitsland. Het lijkt echter nog te vroeg om aandelenposities in groeilanden terug op te bouwen. In ieder geval blijven we zeer terughoudend voor risico’s in Zuid-Amerika en Oost-Europa.  Enkel Azië beschikt over de nodige troeven om in een niet te ver verwijderde toekomst een herstel te kunnen realiseren. Hiervoor moeten echter nog enkele hinderpalen worden weggewerkt, zoals de dreiging van te drastische Amerikaanse rentestijgingen en een mogelijke “hard landing” van de Chinese economie. Op de obligatiemarkten lijkt de rentestorm intussen wat te zijn geluwd. Wat betreft bedrijfsobligaties in Europa en vooral de V.S hebben we al maanden geleden aangegeven dat deze posities best tot een minimum worden gereduceerd; enkel high yield bonds en emerging bonds worden nog aangehouden, zij het met nadruk op de kortere looptijden.

Meer boeiende lectuur? Lees hier verder:

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.