Koud en warm blazen

De recente ISM-cijfers voor de Amerikaanse industrie en dienstensectoren laten er nu nog weinig twijfel over bestaan: Met één doortastende inhaalbeweging werden de bevreemdend zwakke cijfers uit de voorbije maanden weggeveegd en wisten de Amerikaanse aankoopdirecteuren een zeer positieve inkleuring te geven aan de toekomstige economische context,  met een versnelling in alle belangrijke deelcomponenten van de indices.  

Grafiek 1 : ISM-indicatoren van de Amerikaanse economie

 000_Picture1

Hierdoor komt het beeld dat de ISM schetst van het Amerikaanse economische scenario meer in lijn met de verrassende sterke cijfers over het tweede kwartaal van 2013 en de krachtige ontwikkelingen in de bouwsector, waar de activiteitsindex intussen wijst op een record niveau over de periode van 8 jaar.

Grafiek 2 : Indicatoren van de bouwactiviteit in de VS

 000_Picture2

Het lijkt in deze context steeds onwaarschijnlijker dat de Amerikaanse Centrale Bank haar monetaire stimulansen niet zou terugschroeven tot een beduidend lager tempo. De doelstelling is immers bereikt: Via zeer lage LT-rente moest de bouwsector immers terug zuurstof worden ingeblazen om een fundamenteel herstel te bewerkstellingen en dat is, op zijn minst gezegd, grotendeels gelukt.

De trage vooruitgang in de werkgelegenheid, de financiële stabiliteit en de beperkte kans op een inflatiestijging  reduceren echter gedeeltelijk de impact van een dergelijke ingreep, waardoor de lange termijnrente intussen slechts in beperkte mate is gestegen.  Hierdoor valt de schade op obligatie- en aandelenmarkten nog redelijk mee, met zelfs een licht positieve ondertoon in Europa. De opwaartse druk op de rentetarieven valt in onze contreien immers nogal mee, gelet op de zeer bescheiden groeivooruitzichten. Hierdoor zal het perspectief van een lichte verbetering van de economische activiteit in Europa in positieve zin kunnen doorwegen op de beperkte toename van de rentetarieven. Er zijn echter nog weinig tastbare en directe aanwijzingen van een noemenswaardig economisch herstel in Europa, behoudens in Duitsland dat in zijn conjunctuurbeeld een volstrekt analoog pad volgt als de VS.  

De weinige elementen die wijzen op een potentieel herstel van de totale Eurozone worden afgeleid uit de stabilisatie van de werkloosheid ( weliswaar op een onhoudbaar hoog peil ) en het feit dat de meeste economische indicatoren een licht positieve verrassing inhouden ten opzichte van het verwachte (lage) niveau. 

Grafiek 3 : “Surprise-index” van de Europese economie

 000_Picture3

Alleszins slaagt de Europese economie er nog onvoldoende in om de gecreëerde financiële middelen te laten doorstromen van haar banken naar haar bedrijven. De ECB kan echter nog weinig bijkomende maatregelen nemen om dit proces te versnellen en moet zich voor de komende periode tevreden stellen met een afwachtende houding. Positief is zeker dat de “flight-to-quality”-premie in het voordeel van Duitsland is teruggedrongen tot het niveau waarop deze premie zich bevond voor het uitbreken van de landencrisis, terwijl de lopende rekeningen van belangrijke landen als Spanje en Italië wijzen op een (licht) overschot. Dit gegeven is momenteel voldoende om de Eurozone te stabiliseren , maar de zwakke economische prestatie van ondermeer Italië blijft wegen op een duurzaam herstel van het vertrouwen in de Euroconstructie.

Een indirecte maar historisch goed gedocumenteerde impact van wijzigingen in de Amerikaanse monetaire politiek  is traditioneel terug te vinden op de Aziatische markten. De afhankelijkheid van deze regio van de export naar de VS is weliswaar afgenomen in vergelijking met het verleden maar weegt nog steeds in belangrijke mate door op de economische vooruitzichten. Hogere Amerikaanse rente is in het verleden steeds van aard geweest om de economische groei in Azië enigszins te temperen, hetgeen zich recent ook vertaalde in de relatief zwakke beursprestaties van de lokale markten. 

De beleggingsaccenten komen zo steeds nadrukkelijker te liggen op Amerikaanse aandelen en Europese waarden met een sterke overweging van Duitsland. Bij de groeilanden krijgen de meeste Aziatische markten echter het voordeel van de twijfel: Hun interne groei moet toelaten de hogere Amerikaanse rente te neutraliseren, terwijl een eventuele Chinese stimulering van de economie, bijvoorbeeld via lagere rente, een substantiële impuls van de groei kan veroorzaken. Vooraleer dit laatste zich kan realiseren dient echter de Chinese financiële situatie verder te stabiliseren en dat vergt duidelijk nog enig geduld. Naar Oosterse normen …

Obligatiemarkten bevinden zich momenteel in de hoek waar de klappen vallen. In Europa overigens heel wat minder dan elders. Het valt hoe dan ook aan te raden om looptijden relatief beperkt te houden ( maximaal 3 tot 5 jaar ) en zich te beperken tot High Yield bonds en Emerging market bonds. Bij deze categorieën wordt er nog voldoende opbrengst geboden voor het renterisico, terwijl voor de meeste Europese en Amerikaanse bedrijfsobligaties dit reeds lang niet meer het geval is, net zo min als voor de meeste overheidsobligaties, met uitzondering van Ierland en in beperktere mate voor Spanje en Italië die zich op wat hoger risicoprofiel bevinden.

Dit bericht werd geplaatst in conjunctuur en getagd door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.