Tussenstand: 1-0 voor de Chinese centrale bank

De beurzen van de groeilanden krabbelen langzaam overeind maar hebben nog een moeilijke opwaartse weg af te leggen, ondermeer omwille van de groeivertraging van de grote rode reus, die in het verleden steeds de gangmaker is geweest voor de volgehouden groeispurt van de Zuidoost-Aziatische regio. Volledig wegblijven uit deze zone is echter niet verantwoord, enerzijds gelet op haar relatieve gewicht in de wereldindex van aandelen maar anderzijds vooral omdat er toch ook enkele licht positieve signalen kunnen worden opgevangen. Telkens betreft dit maar bescheiden lichtpuntjes aan het einde van de tunnel, maar toch voldoende om onze sterk onderwogen posities zeer voorzichtig opwaarts bij te stellen. De wisselkoersen van Indonesië, India, Rusland en Brazilië vertonen de neiging tot stabilisatie, de grondstoffenprijzen lijken opwaarts te kunnen keren (belangrijk voor Brazilië en Rusland), terwijl de voedselprijzen uitbodemen op een laag niveau (van belang voor de meeste groeilanden, maar vooral voor China en India). Het probleem om inflatie in Brazilië, Rusland en India onder controle te houden, blijft echter wijzen op fundamentele interne onevenwichten, terwijl China zich niet definitief uit zijn moeilijke spreidstand weet los te werken. De vastgoedsector moet dringend worden afgekoeld, terwijl de industrie een nieuwe impuls best zou kunnen verdragen.

De beleidsmaatregelen die hiervoor nodig zijn, staan echter diametraal tegenover elkaar. Een rentestijging moet immers de vastgoedsector terug onder controle brengen, maar om de industriële activiteit aan te zwengelen is een rentedaling nodig. De Chinese overheid manoeuvreert nu behoedzaam op de interbancaire markt door tijdelijk liquiditeit te onttrekken, telkens wanneer ze oordeelt dat opnieuw teveel geld afvloeit naar de vastgoedzeepbel. De aandelenmarkten hebben deze strategie intussen ook wel in de gaten. Koersen van aandelen in de bouwsector kleuren groen, koersen van op consumptie gerichte aandelen echter steeds roder. Voor een goed begrip, in China geldt er een omgekeerde kleurcode: rood betekent daar stijging terwijl groen duidt op een daling … Het is maar dat u het weet.

Grafiek 1: Evolutie van Chinese consumptiegerichte aandelen in vergelijking met de totale Chinese aandelenmarkt

 wwwPicture1

 

Grafiek 2: Relatieve evolutie van consumptiegerichte aandelen t.o.v. de totale Chinese aandelenmarkt

 wwwPicture2

 

 

Wij passen intussen onze aandelenposities in deze contreien gradueel maar zeer voorzichtig aan en investeren wat betreft China enkel in bedrijven die op consumptie zijn gericht. Dit is immers ook de richting die de Chinese politieke top wenst te volgen: weg van boom-bustscenario’s die gepaard gaan met een investeringseconomie, maar op weg naar een geleidelijkere, meer stabiele en voorspelbare groei via een economie die zich meer richt op consumptie.

De Chinese overheid lijkt intussen succes te boeken in haar strijd tegen de vastgoedinvesteerders. De rentevoeten op de interbancaire markt lopen hierdoor in belangrijke mate terug, hetgeen de industrie en de consument wat meer ademruimte biedt.

1-0 dus voor de Chinese centrale bank. Genoeg om eens een keer te juichen, maar niet meer dan dat.

Onze beleggingsposities blijven gericht op Europese aandelen, met een nadruk op Duitse, Zweedse en Spaanse aandelen, en op de VS met een (zwaar) accent op biotechnologie, water en schaliegas. We nemen ook telkens de maximale positie in aandelen, volgens het beleggingsprofiel. Obligatieposities blijven beperkt tot de 3 tot 5 jaarzone, waarbij we nadrukkelijk Ierse, Spaanse, Italiaanse en in mindere mate Franse Staatsobligaties opzoeken. Posities in aandelenbeurzen van groeimarkten blijven onderwogen, waarbij het grootste gedeelte van de investeringen gericht wordt op Chinese waarden die zijn gericht op consumptieve bestedingen. In tegenstelling hiermee houden we tevens een overwogen positie aan in obligaties van groeilanden en high yield bonds, waarbij we echter de korte periode, met name tussen 1 en 3 jaar, specifiek vermijden (want deze zone is erg kwetsbaar voor abrupte bewegingen in de rentevoeten wanneer de wisselkoersen moeten ondersteund worden). Daarom verkiezen we de wat langere looptijden in dit segment.

Grafiek 3: Evolutie van de gemiddelde rentevoeten per looptijdzone in obligaties van groeilanden

(Rentedalingen wijzen op stijgingen van obligatiekoersen. Stijgingen van de rente drukken de koersen.)

 wwwPicture3

Meer boeiende lectuur? Lees hier verder:

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.

Één reactie op “Tussenstand: 1-0 voor de Chinese centrale bank

Reacties zijn gesloten.