Groot rood zorgenkind

Het onderwerp van dit artikel is niet de intussen bekende Krim-opslorpende Natie, die hiervoor overigens alleen maar met wat symbolische Amerikaanse en Europese sancties wordt afgestraft. Op het referendum van zondag kon weliswaar enkel met “ja” worden geantwoord maar deze hoogstbedenkelijke beperking van het aantal keuzemogelijkheden werd ruimschoots gecompenseerd door de massale opkomst van de kiezers. Na een dergelijk plebisciet is het voor het Westen zeer moeilijk om zware strafmaatregelen op economisch vlak uit te vaardigen. Dit zou enkel te verantwoorden zijn indien de Russische tsaar zijn wellustige blik nog verder westwaarts zou richten. Naar de oostelijke rand van Oekraïne, bijvoorbeeld. Maar de demografische situatie is daar oneindig veel complexer en de gevolgen van een economische terugslag via de daaropvolgende Westerse sancties wegen zwaarder door dan de (eventuele) voordelen die de aansluiting met zich mee zou brengen. De Russische economie staat immers nu al onder druk van oplopende inflatie en dalende grondstoffenprijzen die in combinatie de wisselkoers al geruime tijd verzwakken. Dit laatste moet worden afgeremd met een hogere rente die op haar beurt de economische groei afremt en de budgettaire tekorten laat oplopen. De aanhechting van de Krim is voor de Russische leiding dan ook een geschenk waarvan dankbaar kan worden gebruikgemaakt voor internpolitieke redenen als bliksemafleider voor de eigen economische problemen.

We zijn dan ook al jaren afwezig op de Russische aandelenmarkt en bij uitbreiding de Centraal- en Oost Europese regio (maar je vindt ons ook niet in Brazilië dat met gelijksoortige problemen te kampen heeft) en we zijn op korte termijn ook niet van plan om deze politiek te wijzigen. De enige opportuniteit in Rusland ligt momenteel overigens precies in de evolutie van de wisselkoers. De locale centrale bank lijkt immers geneigd om verregaande rentestijgingen op te leggen om de koers van de Roebel te ondersteunen. Maar dit laatste (eventueel in combinatie met gelijkaardige munten als de Braziliaanse Reaal of de Indische Rupee) raden we u enkel aan voor zover er een kapitaalbescherming is voorzien.

Het “zorgenkind” waar we in de titel onze aandacht op richten ligt verder Oostwaarts en is een economisch zwaargewicht in tegenstelling met Rusland dat de steile achteruitgang van zijn economisch belang moet compenseren met het opzichtig rollen van geopolitieke spierballen.

De recente evolutie van de Chinese economie wijst onmiskenbaar op een verdere groeivertraging die van aard is om niet alleen de eigen dynamiek te ondergraven maar ook de ganse Zuidoost Aziatische regio van haar opwaarts pad af te leiden. Vertragende groeicijfers zijn niet vrijblijvend: Hierdoor verzwakken immers de locale munten waardoor de inflatiedreiging toeneemt en de rentevoeten worden opgejaagd en de groei verder vertraagd.

De oplossing voor de Chinese crisis ligt nochtans voor de hand. Indien de hoge beleidsrente (nu 6%) naar een meer verantwoord niveau van 4% wordt gebracht, dan zal de industrie hieruit voldoende zuurstof kunnen onttrekken om opnieuw aansluiting te vinden bij de historisch hoge groeicijfers. In het recente verleden kon men zich echter de vraag stellen op de Chinese overheid überhaupt wel geïnteresseerd was in een versnelling van haar industriële groei. Ze leken hun aandacht immers meer te richten op de structurele hervormingen die op lange termijn de Chinese economie beter moesten positioneren op het internationale front.

De verzwakking van de industriële groei begint echter steeds zwaarder te wegen zodat een ingreep steeds noodzakelijker lijkt te worden. De voorwaarden voor het succesvol doorvoeren van een renteverlaging lijken intussen ook vervuld: De voedselprijzen zijn gestabiliseerd en de vastgoedsector lijkt onder controle (of is alleszins controleerbaar gebleken na een aantal geslaagde ingrepen op de interbancaire markt waarbij tijdelijk liquiditeit wordt onttrokken wanneer de kredieten te veel dreigen afgeleid te worden naar de vastgoedzeepbel ).

Een dergelijke ingreep zou de wereldbeurzen een zelden geziene adrenalinestoot bezorgen maar hierop vooruitlopen is niet zonder gevaar. De Chinezen geven aan het begrip “geduld” een dimensie die moeilijk inpasbaar is voor de gemiddelde Westerse investeerder. We wachten liever even af en blijven ons concentreren op Amerikaanse en Europese aandelen, emerging market bonds en posities op Ierse, Italiaanse en Spaanse obligaties.

Ook wij hebben Oosters geduld.

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.