Het is (soms wel en soms niet) fijn om Belg te zijn.

Na een jarenlange onopgemerkte afwezigheid verwierf de Bel20 recent terug een plaatsje op het aandachtsfront in beleggersland.

Enerzijds moet deze hernieuwde interesse in Belgische waarden in een positieve context worden ingepast, nu de psychologische grens van 3000 punten (eindelijk terug) werd bereikt en de Brusselse index op 11 maart zelfs stoer op de borst kon kloppen met een slotkoers op 3123,10.  Met zijn koersklim sedert het jaarbegin nestelt de Belgische beurs zich zelfs in het koppeloton van de Europese beursprestaties en laat over deze periode ook een duidelijke outperformance optekenen in vergelijking met de MSCI-index voor Europese aandelen. (klik telkens op de grafieken voor een betere weergave)

Grafiek 1 : Evolutie Bel20-index over 20 jaar

 G1

Maar anderzijds laat deze recente prestatie ook een aantal vragen rijzen over de prestaties van Brussels waarden in het algemeen en de Bel20-index in het bijzonder wanneer we langere periodes in beschouwing nemen. Ondanks het recente geweld, bereikt de Bel20- prijsindex bereikt immers hiermee zelfs niet het niveau waar ze ons 1997 nog achterliet – en voor beursbeleggers situeert die datum zich ergens in de antieke oudheid.

Maar dat laatste geldt ook voor de Europese marktindex die zich op het einde van de jaren ’90 liet voorbij hollen door haar eigen technologiebedrijven, die vervolgens met een harde knal terug op de planeet aarde neerkwamen, nadat eerst de zeepbel van de dotcom-aandelen op de Amerikaanse NASDAQ implodeerde. De meer financieel getinte Brusselse beurs koppelde dan ook los van de Europese index, maar dat de Brusselse beurs minder technologiewaarden beschikte weerhield er haar helaas niet van om in sympathie met de overige beurzen een diepe terugval te kennen.

Grafiek 2 : Evolutie Bel20-index en de MSCI-Europe index over 20 jaar

 G2

Wel is het opvallend dat de Brusselse index een tweede maal in substantiële mate loskoppelt van de Europese index. Ook in de recente periode sinds 2009 boekt de Belgische index immers een belangrijke achterstand op de Europese index. Dit wordt vooral veroorzaakt door het grote gewicht van bankaandelen, die genoteerd staan op de Brusselse index en –vooral- hun bijzonder slechte prestaties, zowel in vergelijking met de algemene Europese index als ten opzichte van de specifieke Europese bankenindex.

Grafiek 3 : Relatieve performance van Belgische genoteerde banken ten opzichte Europese banken

 G3

 Na een veel scherpere inzinking van de Belgische bankkoersen in vergelijking met andere Europese banken, blijkt deze loskoppeling zich te prononceren via een uitdieping van de bancaire verliezen in 2010- 2011. Toen de meeste Europese bankwaarden in Europa reeds een opwaartse beweging hadden ingezet (zij het in schokpatronen) werd in België de ware dimensie van het probleem pas echt duidelijk en vertaalde het zich in een dramatische implosie van de bedrijfsresultaten.

Toch mag de underperformance op lange termijn van de Bel20 in vergelijking met de Europese index situatie niet worden gedramatiseerd: Bij dergelijke vergelijkingen wordt met name een belangrijke fout gemaakt vermits de dividendrendementen niet worden meegerekend. Indien we dit, conform met degelijke returnberekeningen, wel mee in de berekening betrekken, dan ontstaat er een returnindex die een veel correcter inzicht biedt in het werkelijke rentabiliteitspotentieel dat wordt gecreëerd door een beursindex. De hogere dividendrendementen van de Belgische beurs tillen het returnindex niveau van de Bel20 tot ongeveer hetzelfde niveau als de MSCI-returnindex. (Waarschijnlijk stammen deze hogere dividenden van Belgische bedrijven nog uit de lang vervlogen tijd toen onze beurs nog werd gedomineerd door genoteerde holdings die hun (eveneens) beursgenoteerde dochterfilialen flinke dividenden lieten ophoesten).

Grafiek 4 : Evolutie van de Bel20-return index en de MSCI-Europe return index

 G4

In ieder geval moet hiermee rekening worden gehouden om een juister beeld te kunnen schetsen over de Belgische beursprestaties over de laatste 20 jaar. Hieruit blijkt dat de Bel20 een ongeveer gelijkaardige prestatie heeft neergezet als de MSCI returnindex van Europese aandelen. Enerzijds is dit een bemoedigend resultaat dat werd bereikt ondanks de hogere concentratiegraad van de Bel20 en de veel kleinere Belgische markt maar anderzijds is dit enigszins ontgoochelend vermits deze concentratie ook minder diversificatie en dus ook een hoger risico vertegenwoordigd en hiervoor geen compensatie wordt geboden. Daarenboven bevatte de koersevolutie van de Europese index ook de zware onderprestaties van de Zuiderse eurostaten– een groep waartoe België niet behoort. Erger nog: sinds 2007 is er wel opnieuw sprake van een underperformance van de Bel20 in vergelijking met de MSCI ( gecumuleerd zelfs in de orde van grootte van 20% ), zelfs indien wordt rekening gehouden met dividenden. Het geleidelijk wegwerken van deze achterstand vormt waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak voor het recent relatief sterker opveren van de Belgische beurs.

Grafiek 5 : Evolutie van de Bel20-returnindex en de MSCI-Europe returnindex sedert 2007

 G5

Bij dergelijke beschouwingen is het zeker niet onbelangrijk ook even te kijken naar een van de belangrijkste drijfveren voor koersbewegingen, met name de evolutie van de (verwachte) bedrijfsresultaten. Bij een vergelijking van de Belgische bedrijfsresultaten ( gemeten via enerzijds de bedrijfsresultaten van de Bel20-bedrijven en anderzijds de MSCI-index voor Belgische bedrijven) valt op hoe dramatisch de terugval van de resultaten van de Belgische beursgenoteerde bedrijven is geweest in vergelijking met de Europese index, maar ook in vergelijking met andere Eurozone partners zoals Duitsland maar ook Spanje. Dit is opnieuw een illustratie van de epische terugval van de (overwogen) Belgische bankaandelen. Dit vormt overigens, naast de internationale statistieken over bankafschrijvingen waar ons land een weinig benijdenswaardige koppositie bekleedt, een verdere illustratie van de specifieke impact van de bankencrisis in België. De terugslag van deze financiële crisis in de reële economie kon echter grotendeels vermeden dankzij diverse waarborgstellingen die hun credibiliteit konden onderbouwen dankzij de hogere spaartegoeden van particulieren bij de beursgenoteerde Belgische banken.

Grafiek 6 : Evolutie van de verwachte bedrijfsresultaten in België, Europa, Duitsland en Spanje

 G6

 Hierdoor ontstaat vanzelfsprekend een ander probleem met name de waardering van de Brusselse beurs in vergelijking met andere Europese beurzen.    

In vergelijking met de Europese index en index van Duitse aandelen ( een land met nochtans- op zijn minst gezegd- geen lagere groeiperspectieven dan België) ligt de verhouding tussen de huidige koers en verwachte bedrijfswinsten voor 2014 beduidend hoger bij de Bel20. Dit betekent niet meer (maar ook niet minder) dan dat er flink wordt vooruitgelopen op de resultaten van 2015.

Grafiek 7 : Koers/winstverhoudingen voor België, Duitsland en Europa ( verwachte winst 2014 )

 G7

We laten de Brusselse beurs daarom niet noodzakelijk links liggen maar beperken ons tot enkele waarden als UCB, Melexis, Kinepolis, Umicore en Lotus, maar gaan vooral gediversifieerd beleggen in Europa en blijven een zwaar accent leggen op de VS. De recente klim van een aantal kleinere Aziatische beurzen is ons zeker niet ontgaan maar we hebben hierop geanticipeerd door een geleidelijke vermindering van onze onderwegingen in deze regio.

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.