Meer of minder Japanners ?

Japanse aandelen in onze beleggingsportefeuilles, bedoelen we.

We moeten hierbij eerlijkheidshalve toegeven enigszins vooringenomen te zijn. De winterslaap waarin de Japanse beurs zich twee decennia onderdompelde, liet menig analist wezenloos voor zich uitstaren als het Japanse aandelen betrof, op enkele notoire uitzonderingen na, zoals Toyota of Shimano (die dan ook manifest aanwezig waren in onze wereldaandelenportefeuille).

Het monetaire geweld van de nieuwe Japanse regering wist vorig jaar echter opnieuw het nodige enthousiasme op te wekken en kon zelfs een heuse beursrally inspireren, die echter begin dit jaar tot stilstand kwam. Sinds het jaarbegin laat de Japanse beurs dan ook opnieuw, als vanouds,  een underperformance optekenen ten opzichte van zijn Amerikaanse en Europese tegenvoeters.

Grafiek 1 : Evolutie van de Japanse aandelenindex en wereldaandelenindex in Europa

 MM01

 

Een dergelijk patroon voedt opnieuw ons ingebakken wantrouwen. De Japanse bedrijfsresultaten zijn weliswaar spectaculair hersteld maar bevinden zich nu op tienjaarsbasis (en na correctie voor de capriolen van de yen-wisselkoers) op ongeveer hetzelfde niveau als de bedrijven in de EMU-zone. Deze laatste dienden in de betrokken periode echter een existentiële crisis te doorspartelen nadat de banksector hun economie tot aan de rand van de afgrond had gesleept. Intussen herstelt gaandeweg het vertrouwen in de Europese ondernemingsresultaten in het vooruitzicht dat de investeringen intussen zijn uitgebodemd en de grote cashreserves van de bedrijven (eindelijk) terug aan het werk zullen worden gezet. In combinatie met de liquiditeiten die de ECB massaal en quasi gratis ter beschikking stelt zou deze nieuwe investeringsgolf een belangrijke bijdrage moeten leveren voor het economisch herstel in de EMU-zone.

Tenminste, als de banken even zouden meewillen. De verstrenging van de kredietvoorwaarden die momenteel worden opgelegd aan de bedrijfskredieten, werken momenteel immers een economisch herstel zeker niet in de hand. De algemene verslechtering van de risico-omgeving tijdens de recente zwakke conjunctuurfase, vormt hierbij slechts gedeeltelijk een excuus. De Overheid dient nadrukkelijk de nodige maatregelen te treffen zodat  Europese banken die actief zijn in bedrijfsfinanciering niet te gemakkelijk kunnen terugplooien in een egelhouding, waardoor de liquiditeitstoevoer van de centrale bank haar weg niet vindt in de industrie.

Merk bijvoorbeeld het grote verschil op in de jaarlijkse groeicijfers van de brede geldbasis (M3) in de VS en Europa. Dit geeft aan dat de Amerikaanse banksector veel minder krampachtig omspringt met de liquiditeiten van haar Centrale bank.

Grafiek 2 : Groeicijfers van de monetaire massa (M3) in de VS en de eurozone

 MM02

 

Dit creëerde in de VS een versneld opwaarts groeipad uit de crisis. De meest recente conjunctuurcijfers uit de VS geven echter een opvallende zwakte te kennen. De voor de hand liggende verklaring is natuurlijk het extreem slechte weer aan de Oostkust. Dit verklaart de terugval in de industriële cijfers, maar verklaart echter minder de teleurstellende conjuncturele cijfers uit de dienstensector.

Eigenaardig genoeg is dit goed beleggernieuws. De gevreesde rentestijging in de VS is nu immers zeer ver weg, hetgeen de Fed-Voorzitster de kans zal geven de economie van verdere monetaire impulsen te voorzien en hierdoor de groeikansen terug kunnen toenemen.

Een bijkomend, niet te versmaden voordeel hiervan, mag zeker niet uit het oog worden verloren. Een belangrijk deel van de recente teleurgang van de Aziatische beurzen moest immers worden toegeschreven aan de vrees voor substantiële rentestijgingen in de VS, vooral geïnspireerd door de onhandige uitspraken van Bernanke in mei 2013. Het vooruitzicht op hogere Amerikaanse rentevoeten zet traditioneel de Aziatische munten immers sterk onder druk en verplicht deze landen tot het optrekken van hun beleidsrente. Het gevolg laat zich gemakkelijk raden. Hogere rente veroorzaakt immers lagere economische groei. Hierdoor ontstaan gaten in de begroting en de lopende rekening waardoor de munten verder onderuit schuiven en de beleidsrente opnieuw hoger moet. Een neerwaartse spiraal die vanzelfsprekend de aandelenbeurzen met zich mee naar beneden sleept en zeer moeilijk kan worden afgestopt. Tenzij de oorzaak van het probleem wordt weggenomen en laat dat nu precies de vroegere opwaarts gerichte renteverwachtingen in de VS zijn. Deze kentering in de rentevooruitzichten leidde ook tot een stabilisatie (en in sommige gevallen zelfs een merkbare verbetering) van de wisselkoersen in Zuidoost-Azië. Dit verlicht in belangrijke mate de opwaartse druk op de Aziatische rente en laat ook een graduele verbetering toe van de lokale wisselkoersen ten opzichte van de dollar of de euro.

Grafiek 3 : Evolutie van enkele Aziatische wisselkoersen ten opzichte van de euro

(Thaise bath, Indische rupee, Indonesische rupia en Filipijnse peso )

 MM03

 

We verwezen overigens al herhaaldelijk naar de geleidelijke verbeteringen van een aantal Aziatische markten en de recente geleidelijke (her)opbouw van onze posities in deze regio.

Oh ja. De vraag was meer of minder Japanse aandelen.

Minder dus. We verschuiven onze posities in Japan steeds nadrukkelijker in het voordeel van Europese waarden (met een blijvend in accent in Duitsland maar met toenemende interesse in Spanje) en zeker ook ten voordele van de breed gespreide aandelenfondsen in Azië.

Deze beweging trekken we dan ook manifest door in onze profielfondsen.

Onze renteposities blijven we oriënteren op Europees overheidspapier in Ierland, Italië en Spanje maar tevens – nadrukkelijk zelfs – op emerging bonds. Deze laatste zouden manifest hun voordeel moeten kunnen putten uit de stabilisatie van de wisselkoersen en lagere rentevoeten in de Aziatische regio.

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.