Een kleine stap voor de Griek, een grote stap voor Europa

De Griekse overheid plaatst dezer dagen een (eerder beperkt) bedrag aan nieuwe overheidsobligaties in de financiële markten. Een eerste, kleine stap in de internationale obligatiemarkten, maar een reuzensprong vanuit het perspectief van het Europese beleid.

Toen de meeste “economisten” geen knip meer gaven voor het Griekse lidmaatschap hebben we steeds de strategie van de Europese overheid als het enige realistische advies verdedigd. Niet dat de beleidsmakers in Europa onze steun nodig hebben, maar als het rabiate alternatief erin bestond om Griekenland te verwijderen uit de eurozone dan zou dit enerzijds de Griekse bevolking, zowel de huidige als de toekomstige generatie, verbannen hebben naar een economisch en financieel verdoemhoekje waarbij men zich met moeite kan voorstellen hoe diep dan de terugval op het sociale vlak wel zou zijn geweest. De uitsluiting van Griekenland zou immers alle pensioenreserves en spaardeposito’s wegvegen en een golf van hyperinflatie veroorzaken die iedere toekomstige financiering van staatsschuld onmogelijk zou maken.

Dit betekent niet dat we de diepgravende sociale nadelen van de opgelegde besparingsplannen uit het oog zouden zijn verloren. (Vandaar overigens ons voorstel om dit op te vangen met gedeeltelijke betalingen van lonen in consumptiebonnen voor intern geproduceerde goederen en diensten. Dit laatste overigens alleen maar om de positieve impact van de opgelegde politiek te versnellen.)

De positieve gevolgen zouden zich vooral moeten uiten op het vlak van een tastbaar herstel van de Griekse, Portugese en Spaanse concurrentiële positie op de internationale markten. Dit kon helaas alleen gebeuren door snoeiharde besparingen in de overheidssector en het systematisch wegwerken van concurrentiële hindernissen (zoals een onoordeelkundig loonbeleid of overmatige reglementeringen).

De doortastendheid waarmee de besparingen in Griekenland, maar ook in Portugal en Spanje, werden opgelegd is een rechtstreeks gevolg van de overtuiging van de hoogdringendheid van dergelijke maatregelen om enerzijds de situatie alsnog recht te trekken en anderzijds het Armageddon van een uitsluiting uit de eurozone te vermijden.

Grafiek 1: Evolutie van de 10-jaarrente op Griekse (en Belgische) overheidsobligaties.

04Picture1

De vooruitgang inzake competitief vermogen van deze zwaar getroffen economieën wordt gemeten op basis van de evolutie van de reële effectieve wisselkoersen van deze landen ten opzichte van Duitsland. Het is immers niet zo dat indien men tot eenzelfde muntzone behoort, dat de wisselkoers in economische zin tussen de diverse lidstaten constant is. Dit is slechts zo in nominale termen. In reële termen dient men ook de evolutie van de efficiëntiegraad van een economie in kaart brengen en deze ontwikkeling bood over de periode tussen 2000 en 2008 een schrikwekkend beeld. De financiële crisis vormde dus helemaal niet de (rechtstreekse) aanleiding voor de eurozone-crisis. Meer nog, landen als Spanje, Griekenland of Portugal waren zeer weinig geïmpacteerd door de bankencrisis, in tegenstelling tot IJsland, Ierland of (wereldkampioen) België.

De economische terugslag die hierop volgde, moest in de Zuiderse landen (en in Ierland) echter worden opgevangen op basis van vermolmde economische structuren, een zeepbel in de vastgoedmarkt en een fundamenteel verzwakte competitiviteit.

Merk op hoe dramatisch slecht de evolutie van de reële effectieve wisselkoersen in Ierland, Spanje en Griekenland is geweest in de periode 2000-2008 maar tevens hoe groot nadien de impact is geweest van de besparingen.

Grafiek 2: Evolutie van de reële effectieve wisselkoersen in vergelijking met Duitsland.

04Picture2

(Spanje(ES), Portugal(IT), België(BG), Griekenland (GR), Ierland (IR), Italië(IT)

Op zich is dit een nodige maar daarom nog niet voldoende voorwaarde voor een geslaagd beleid. De lakmoestest bestaat erin dat ook de lopende rekening van een land (in ruwe termen export min import) in positieve richting evolueert.

Grafiek 3: Evolutie van de lopende rekeningen van diverse eurozone-lidstaten.

04Picture3

Dit levert alleszins een positieve indruk. Deze parameters evolueren alleszins in de juiste richting, maar dit is helaas nog niet voldoende om nu definitief af te stappen van de opgelegde besparingen. Maar het biedt wel ruimte voor maatregelen die de negatieve sociale impact van de Europese maatregelen moeten helpen afzwakken.

Oh ja. Misschien merkt u ook een landje op waar de lopende rekening al een hele tijd helemaal de verkeerde richting uitslaat. Maar na het wereldkampioenschap “bancaire afschrijvingen” met glans te hebben gewonnen, zullen ze de rest van de wereld weldra ook gaan verbazen op de groene grasmat. Dat zal alles goedmaken.

Misschien dat enig doortastend economisch beleid ook van enig nut kan zijn …

Dit bericht werd geplaatst in bankencrisis,beurs,conjunctuur door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.