Als het paard niet wil drinken

Denk niet te snel dat we deze trouwe bondgenoot van de mensheid dan uit frustratie een schop zouden verkopen. Dat is alleszins tegen onze principes, vooral dan wat betreft de economische mechanica die we menen te onderkennen in deze situatie. John Maynard Keynes gebruikte deze vergelijking veelvuldig om een monetaire context te illustreren waarbij de economie, ondanks de veelvuldig pogingen om haar van de nodige liquiditeiten te voorzien, weinig of geen indicaties vertoont om zich van de toegestopte middelen te bedienen om een hoger groeipad te gaan opzoeken. Deze metafoor is helaas op pijnlijke wijze van toepassing op de huidige economische ontwikkeling in de Eurozone.

Het zal Draghi en de andere beleidsvoerders van de ECB dezer dagen mateloos irriteren om te moeten toezien hoe al hun pogingen om voldoende geldmiddelen (tegen extreem goedkope voorwaarden) in de economie te pompen, steevast blijven vastroesten op de balansen van de Europese banken. De bedoeling is vanzelfsprekend dat de banken de liquide middelen die de ECB ter beschikking stelt, gulzig komen opslorpen om ze dan aan te wenden als financieringsbron voor kredieten aan bedrijven en particulieren. Dat eerste gebeurt dan wel, maar het tweede aspect vlot niet zo best (om eens een understatement te gebruiken). Dat is niet helemaal onlogisch of alleen maar toe te schrijven aan de karikaturale kwade wil van de vermaledijde banken. Wanneer je als bank gratis geldmiddelen ter beschikking gesteld krijgt van de ECB en risicoloos kan herinvesteren bij andere banken ( waarvan het risico opnieuw als quasi onbestaande wordt beschouwd in het kader van de bankenunie … ), dan is het evident dat je als bank, na de recente ervaringen in de financiële crisis, het zekere voor het onzekere kiest en zo massaal mogelijk de gratis liquiditeiten van de ECB aanwendt in risicoloos gepercipieerde interbancaire plaatsingen en overheidsobligaties.

Grafiek: Evolutie geldgroeicijfers (M3) in de Eurozone (blauw)  en de VS (rood)

06_Picture1

Kredieten aan bedrijven brengen hoe dan ook meer risico aan boord en de extra vergoeding voor dergelijke investeringen weegt niet op tegen de nadelen. Door de wijzigingen in het reglementaire kader vereisen dergelijke risico’s immers hogere kapitaalbuffers en wordt het gebruik van financiële hefbomen aan banden gelegd. Hierdoor bevestigen de verantwoordelijke Overheden echter hun reputatie als procyclische regelgevers die de economie alleen maar in de verkeerde richting aanzwengelen met nieuwe regels die telkens geïnspireerd zijn op verkeerd gelopen situaties in een vorige conjunctuurfase.

Misschien zouden de maatregelen die nu worden afgekondigd van enig nut zijn geweest in de periode van 2004 tot 2007 maar hun toepassing in de huidige context verhindert de vlotte doorstroming van liquide middelen aan de Europese economie. Vooral de beperkingen op de hefboomwerking zijn dramatisch ondoordacht en louter gebaseerd op populisme. Vermits banken nu minder investeringen kunnen aangaan voor een bepaalde kapitaalbasis, dient ofwel deze kapitaalbuffer te worden uitgebreid ( niet evident want de aandelenkoersen van banken dreigen dan opnieuw snel te deterioreren) ofwel dient de investeringsbasis te worden teruggeschroefd. Wanneer je dan als bank te snel beperkt wordt, dan kies je evident voor de als minst risicodragend gepercipieerde investering (want daarvoor gelden minder strikte regels).

Het enige wat de Europese Centrale Bank in dergelijke omstandigheden dan nog kan doen is een strikte conditie verbinden aan het verstrekken van liquiditeiten, met name dat de opgenomen middelen (die quasi gratis en in overvloedige mate ter beschikking worden gesteld) dienen te worden aangewend in de vorm van kredieten aan bedrijven. Hoe dan ook is dit een zinvolle maatregel (die overigens onmiddellijk werd overgenomen door de Chinese Centrale Bank)

Of het paard nu wél wil drinken, blijft echter een open vraag. Goed nieuws voor wie graag lage rentetarieven ziet op lange termijn (Europese) obligaties …

In de VS laaft deze veelgeprezen en edele viervoeter zich echter steeds nadrukkelijker aan zijn monetaire drinkbak. De industriële productie geeft intussen zeer overtuigende cijfers te kennen, met zelfs de hoogste stijging in de gemiddelde werkweek sedert 1945. Dit laatste is niet onbelangrijk. Dit betekent echter ook dat het herstel van de economie stilaan maar zeker loonspanningen veroorzaakt in de werkgelegenheid. Bij een verdere bevestiging van deze trend vervalt de laatste smalle verdedigingsstrook waarop Fed-Voorzitter Yellen zich baseert om de rentetarieven op lange termijn extreem laag te houden. De inflatie is immers al (lichtjes) aan het stijgen.

Dit bericht werd geplaatst in bankencrisis,beurs,conjunctuur en getagd , door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.