Disneyworld

Net zoals alle andere babyboomers, zijn wij in bijzondere mate beïnvloed door onze eerste impressies die ons werden uitgeprint via de hoogste vorm van kunst: de tekenfilm. Het leidmotief van deze meesterwerken van de hand van Walt Disney en zijn geniale medewerkers was zondermeer helder en duidelijk en liep als een rode draad door ieder (zeer gesmaakt) nieuw verhaal: Het komt allemaal wel goed, hoe donker of duister het er intussen ook mogen uitzien.

Naast enkele wetenschappelijke inzichten in de verbanden tussen een aantal variabelen die het wel en wee van de beurzen bepalen (zoals rente, bedrijfswinsten en risicopremies ) en ons van een coherente strategie op langere termijn voorzien, biedt onze rotsvaste overtuiging in de Disney-filosofie ons de nodige houvast op kortere termijn…

Wat kan je anders beginnen tegen een aantal boze geesten die je plots vanuit een donker woud bespringen en de financiële markten met zich mee trachten te sleuren? Enige rationele onderbouw voor dergelijke bewegingen is dikwijls ver te zoeken, vandaar dat dit soort stuiptrekkingen op de aandelenbeurzen en sommige obligatiemarkten zo moeilijk voorspelbaar zijn.

De motieven waarop deze recente beurs”correctie” zich meende te moeten baseren bleken ofwel sterk overdreven, ronduit onjuist of volledig uit verband gerukt.

Zo werd de terugval in de Amerikaanse ISM cijfers sterk overdreven en bleek nadien dat deze lagere score eerder wees op de duurzaamheid van het conjuncturele pad waarop de economie zich bevond zodat de beperkte inflatiedreiging die hiervan uitgaat de Fed de handen vrij geeft om haar stimulerende monetaire politiek nog verder te zetten (en van ieder excuus om de economie verder te stimuleren wordt door de Democratische partij gretig gebruik gemaakt om hun tanende positie terug op te krikken met verdere werkgelegenheidscreatie- Hetgeen overigens aardig werkt ).

De prognoses omtrent de sterke terugval van de Europese conjunctuur bleken onjuist, nadat uit de recentste cijfers bleek dat de economie van het oude Continent zelfs een voorzichtig herstel liet optekenen. Weliswaar onvoldoende om ons te overtuigen: Het herstel is te dispers (zo blijft Frankrijk onrustwekkend zwakke cijfers voorleggen).

De ultieme“trigger” voor de terugval bleek daarenboven de scherpe en onverwachte daling van de olieprijzen te zijn. Dit werd zeer paniekerig onthaald als een overduidelijk teken van een dieper dan verwachte terugval van de groei van de wereldeconomie. Deze opvallende neerwaartse prijsbeweging van de petroleumprijzen vormde echter het ultieme teken dat Saoedi-Arabië moest afstappen van haar jarenlang volgehouden strategische machtsmisbruik om de energieprijzen kunstmatig hoog te houden. De successen van de schaliegasontginning in de VS verplichten hen immers de olieprijs via een tijdelijk (?) overaanbod naar een lager peil te dwingen, in de hoop hiermee de schaliegasproducenten te ontmoedigen, omdat deze dan onder hun kostprijs moeten verkopen. Maar dit blijkt een ernstige misrekening te zijn. Door de technologische vooruitgang bij de ontginning blijken de grotere schaliegasbedrijven weinig problemen te ondervinden. Hun ontginningskosten blijken daarenboven substantieel lager te liggen dan de Arabische producenten, zodat deze laatste zich in de voet lijken te schieten. De winnaars van deze strategische herprijzing van de energieprijzen is de consument, wereldwijd. Voor de westerse economie is dit niet meer of minder dan een onverwachte opsteker, terwijl, bijvoorbeeld, de Indische overheid er zelfs handig gebruik van heeft gemaakt om de benzineprijzen (eindelijk) vrij te laten en zich vandaar niet meer verplicht ziet om bij hogere olieprijzen hun budget te laten ontaarden.

De eenduidige verliezer is echter ook gekend: Rusland …

Zonder schaliegas en omwille van de zeer dure ontginningskosten van de meer klassieke olie-en gasproducten, lijkt Putin opnieuw een opdoffer te krijgen op het economische front.

De internationale markten zijn intussen in belangrijke mate hersteld van de slag onder de gordel die zij de voorafgaande week moest incasseren. Dit is grotendeels terecht, maar dat betekent niet dat we blind zijn voor de toenemende onweerswolken op het economische front.

Vooral het feit dat de Chinese Overheid –in overleg met het IMF- heeft besloten geen stimuleringspakket uit te werken voor haar locale economie, is een tegenslag voor een belegger die veel soelaas verwacht vanuit het verre Oosten. De Chinese overheid gaat ervan uit dat haar economie momenteel een structurele hervorming doormaakt die haar geleidelijk moet weghelpen van een glibberig economisch groeipad dat overmatig steunt op risicodragende vastgoedinvesteringen, grootschalige infrastructuurwerken met beperkt nut en lage lonen als lokmiddel voor buitenlandse investeerders. Integendeel, China wil een robuuste, consumptiegerichte economie uitbouwen en haar industrie omvormen naar kwaliteitsproducten met hogere toegevoegde waarde (naar Duits voorbeeld). Tijdelijke stimuleringen van haar economie dreigen enkel deze doelstelling te doorkruisen met oververhitting in de vastgoedsector en lagere industriële productiviteit tot gevolg. Ze hebben gelijk natuurlijk, maar op korte termijn hadden we liever gewoon een scherpe rentedaling gezien om de wereldeconomie een adrenalineshot te geven.

De lagere wereldgroei kan vooralsnog worden opgevangen met (nog) lagere rente maar de Europese groei begint tot een meer dan problematische kramp te vertonen. De reden hiervoor is gekend: ondanks de aandoenlijke pogingen van de ECB om de financiële economie te overspoelen met (gratis) liquiditeiten, komt hiervan te weinig terecht in de (reële) economie. De onzekerheid over de toekomstige kapitaalvereisten van de Europese banken verplichten banken immers tot verregaande voorzichtigheid. In de afgelopen maanden was het immers tactisch beter om gewoon wat overheidsobligaties bij te kopen ( tegen 0% financieringskosten) dan om kredieten op langere termijn te verstrekken. De eerste beleggingen wegen immers niet op het kapitaal, de tweede groep des te meer. Indien de ECB dan zou afkondigen dat de kapitaalvereisten nog (veel) verder moeten worden opgetrokken, dan wegen de verstrekte kredieten zwaar als lood.

Even geduld nog: 26/10 om 11.00 uur kennen we het oordeel van Draghi dienaangaande op basis van de bancaire stresstesten. Dat de kapitalen van de banken verder moeten verstrekt lijkt evident, maar de centrale vraag blijft met hoeveel en tegen wanneer. Een meevallend cijfer en agenda kunnen de kredietmotor van de banken (eindelijk) in gang doen schieten. Een te hoog cijfer en/of een hoogdringendheid van de kapitaalverhogingen, dreigt echter het economische herstel verder te bemoeilijken.

Disneyworld was echter nooit een succesverhaal in Europa …

 

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.

2 reacties op “Disneyworld

  1. U vergeet blijkbaar de menselijke psychologie en daardoor de niet-vraag van de markt.

Reacties zijn gesloten.