Over Cowboys en Chinezen

De Amerikaanse aandelenbeurs kreeg deze week een flinke oplawaai te verwerken. We moeten er natuurlijk voor oppassen een dergelijk verlies niet uit zijn proportie te blazen en hierdoor de epische opwaartse klim uit het oog te verliezen die de diverse indices de laatste drie jaar achter de rug hebben. Opvallend hierbij is echter wel dat vooral de brede Russell 2000-index de raakste klappen heeft gekregen, in vergelijking met de meer gekende S&P of Dow Jones Industrial indices.

De eerstgenoemde beursbarometer bevat vanzelfsprekend een belangrijkere proportie aan kleinere bedrijven dan de S&P en de Dow Jones die respectievelijk de 500 en 30 belangrijkste beursgenoteerde waarden trachten te volgen.

Grafiek 1: Evolutie van diverse Amerikaanse aandelenindices ( in US $)

2014_10_02_Picture1

 

Uit deze relatieve beweging kan ook de onderliggende reden voor de koerszwakte van de afgelopen dagen worden afgeleid. De Russell 2000 had over het recente lustrum een schitterend parcours afgelegd, beter nog dan zijn soortgenoten, vooral omwille van de aanwezigheid van kleinere aandelen in zijn samenstelling. Deze aandelen zijn bijzonder gevoelig voor verschuivingen in de conjunctuur. De opwaartse golf bevoordeligde deze index maar het wat tegenvallende ISM-cijfer van 1 oktober leek deze trend wat om te buigen.

Voor een goed begrip: het ISM-cijfer was enerzijds helemaal niet slecht (integendeel) en bevatte anderzijds niet eens een onverwachte wending.

Dit lijkt op het eerste gezicht wat verwarrend maar bij nader toezicht kan deze paradox gemakkelijk worden ontrafeld. De ISM-index volgde perfect het pad zoals zijn voornaamste voorspeller al enkele weken geleden had aangegeven. De Philadelphia Fed-index loopt immers steeds wat vooruit op de algemene ISM-index en gaf reeds te kennen dat de industriële groei zich op een wat lager peil zou gaan situeren. Deze trend werd bevestigd in de recente ISM-cijfers, maar dat viel wat ongelukkig samen met een indicatie over teruglopend consumentenvertrouwen.

Grafiek 2: ISM-index (blauw) en de vooruitlopende Philadelphia-Fed-index (rood)

2014_10_02_Picture2

 

Op zich was de daling in de ISM in september zelfs goed nieuws (ook voor beurzen) want het groeiritme van augustus was onhoudbaar en zou de aanleiding kunnen vormen voor loonspanningen en inflatie en daar wordt niemand beter van.

De vrees die echter ontstaat, is dat de Federal Reserve, ondanks deze (welgekomen) lichte conjuncturele afkoeling toch (te) abrupt zou doorgaan met rentestijgingen, wanneer in november haar inkoopprogramma op de obligatiemarkten ten einde komt. De rentetarieven zullen dan immers terug evolueren naar hun natuurlijk evenwichtspunt en dat bevindt zich (in reële termen) minstens 50 tot 100 basispunten boven het huidige niveau. Wanneer de economische groei dan al een vertraagd pad zou zijn ingeslagen, dan zou de combinatie met hogere rente wel eens een negatief conjunctureel beeld kunnen veroorzaken. En dat is vooral slecht nieuws voor kleinere bedrijven.

Vandaar dat de Russell 2000 wat steviger onderuit schuift. Eenzelfde bezorgdheid veroorzaakte ook een terugslag op de aandelenmarkten van de meeste groeilanden, zeker nog verder kracht bijgezet door de vrees dat een stijgende dollarkoers opnieuw de munten van deze groeilanden onder druk zou zetten. De laatste lijkt overigens meer realistisch dan een onmiddellijke en scherpe opvering van de lange termijnrente.

Een dergelijke ontwikkeling is echter sterk overdreven en moet vooral worden gezien in het licht van het typische fenomeen dat meestal daar winst wordt genomen waar de koersstijgingen in het verleden het grootst zijn geweest. Maar toch belicht de daling van de Russell 2000 de hoofdoorzaak van de recente dalingen.

De stijgende geopolitieke spanningen zijn hier zeker ook niet vreemd aan. De Oekraïense crisis sluimert verder, de spanningen in het Midden-Oosten lopen steeds verder op en de betogingen in Hong Kong nemen een grimmigere proportie aan. Vooral dit laatste aspect zet aan tot onmiddellijke bezorgdheid. Een brutaal optreden van de Chinese overheid (in het, voor de internationale politiek, extra gevoelige Hong Kong) is van aard om internationale sancties uit te lokken en de precaire Chinese groei te hypothekeren, terwijl een lakse houding dan weer voor uitdeiningsgevaar kan zorgen. En op een destabilisatie van de politieke situatie in China zitten we ook al niet te wachten want dat leidt de aandacht af van de stimulansen die nodig zijn voor een economische relance van de Chinese economie (en om het gevaar van een “hard landing” op geloofwaardige manier te bestrijden).

De beelden van de studentenbetogingen in 1989 (en de internationale nervositeit die ontstond nadat de overheid deze manifestaties wel erg hardhandig uit elkaar had geslagen) doemen nadrukkelijk terug op wanneer we worden geconfronteerd met een quasi gelijkaardige situatie in 2014. De afloop hiervan is moeilijk te voorspellen, vandaar dat we onze handrem tijdelijk even blijven aanhouden in de regio van de groeimarkten.

Voor de toeristen onder u, op zoek naar een historische geladen bestemming: op het Plein van de Hemelse Vrede, waar zich de betogingen in Bejing van 1989 afspeelden en onze grote Chinese held gewoon voor een tank ging staan, is er niets wat aan deze gebeurtenissen doet denken en onze eerdergenoemde “held” is er volslagen onbekend. Gewoon een (grote) oersaaie plek. Bespaar u vandaar de trip. Het gemiddelde dorpsplein in Vlaanderen heeft toeristisch meer in zijn mars.

 

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.