Solden!

En breed verspreid nog wel. Zowel op de aandelenmarkten als aan de benzinepomp. Alleen overheidsobligaties in Duitsland en de VS worden zo mogelijk nog duurder en bieden hooguit nog een minimale vergoeding voor wie zich voor langere periodes wenst te engageren. Voor dit laatste risico halen wij echter onze neus op. Maar de dalingen op de aandelenmarkten en de olieprijzen bieden interessante perspectieven. Laat ons beginnen met de plotse, scherpe daling van de prijs van het smerige goedje, dat nog steeds als een dominante vorm van onze energievoorziening wordt aangewend.

De olieprijzen waren al enkele jaren vrij stabiel op een redelijk hoog niveau. Het tweede element stoorde ons weliswaar enigszins maar dit werd in de economie ruimschoots gecompenseerd door het gebrek aan volatiliteit. Enerzijds kunnen hierdoor immers prognoses betrouwbaarder worden opgesteld en nemen economische schattingsfouten af zodat investeringen zich in een veiligere context situeren. Anderzijds vormde dit ook aanleiding tot de ontwikkeling van allerlei (al dan niet milieuvriendelijkere) alternatieven voor petroleum, hetgeen onze verslaving aan olie leek te helpen afbouwen. De OPEC keek met enige argwaan naar de ontwikkeling van zonne- en windenergie maar werkte zowaar zelfs mee aan diversie technologische verbeteringen, wel wetende dat dit onmogelijk ooit tot een rendabelere energiebron kon worden omgetoverd, behoudens verregaande subsidiëring door de Westerse landen (en dat is per definitie een eindig gegeven). Waterstofcellen vormen een ernstigere bedreiging maar deze technologie is nog lang niet operationeel, terwijl biobrandstoffen zoveel landbouwareaal opeisen dat het zelfs de voedselprijzen opwaarts begon te beïnvloeden en snel aan populariteit verloor. Deze ontwikkelingen waren allemaal niet van aard om de positie van Saudi-Arabië te verontrusten.

De situatie keerde echter helemaal toen het Amerikaanse technologische vernuft erin slaagde om op zeer grote en rendabele wijze schaliegas te ontginnen. Dit werd zeer nadrukkelijk een bedreiging voor de Arabische overheersing op de energiemarkten. Twee weken geleden blokletterde de Financial Times dan op zijn voorpagina dat de VS intussen Saudi-Arabië waren voorbijgestoken als voornaamste energieleverancier op wereldvlak. Op dat moment vormde dit voor ons enkel een bevestiging van onze strategische visie dat schaliegas een industriële revolutie aan het ontketenen was met vooral positieve gevolgen voor de Amerikaanse economie en de chemiesector in het bijzonder. Maar onze Arabische vrienden zagen dit anders. Deze ontwikkeling moest en zou gestopt worden en de meest directe manier om dit te verwezenlijken bestaat erin de olieprijs zo laag te brengen dat schaliegas niet meer kan concurreren met petroleum, omdat de ontginningskosten van schaliegas boven de olieprijs zouden komen te liggen.

Door een bewuste over-bevoorrading van de markten, dook de prijs van olie met 20 % naar beneden binnen enkele dagen, hetgeen tevens onze mening bevestigt dat de afgelopen jaren de olieprijs gewoon kunstmatig te hoog werd gehouden door het OPEC-kartel en dat er méér dan voldoende van deze zwarte smurrie onder het zand ligt om ons nog enkele generaties voort te helpen …(als we dat al zouden willen).

Op zich is dat echter eerder goed nieuws voor de wereldeconomie, behoudens voor energieproducten maar die zullen zich – na aanpassing op een lager prijsniveau – aanpassen en terug hun rentabiliteit herwinnen. Goed nieuws ook voor groeilanden, die sterk afhankelijk zijn van de olieprijs om hun economie zonder inflatiegevaar te kunnen stimuleren.

Maar het signaal dat uitging van de lagere olieprijzen werd volkomen verkeerd geïnterpreteerd als een verdere uiting van de zwakte van de wereldeconomie in het algemeen en de eurozone in het bijzonder. Wat betreft deze laatste zijn we overigens al enkele maanden expliciet. De lethargische groei wordt vooral in de hand gewerkt door de bancaire regelgever. Deze dient intussen te beseffen dat de maatregelen om een nieuwe financiële systeemcrisis te voorkomen, meer zijdelingse schade aanbrengen aan de reële economie dan de kostprijs die een nieuwe financiële crisis zou kunnen veroorzaken (en die daarenboven niet wordt voorkomen met deze maatregelen).

Als vanouds, overigens …    

Maar ook dat is geen nieuws, zelfs niet de zwakke prestaties van Duitsland, zowel op het voetbalveld als in de economische arena. Duitsland is – voor zover wij weten immers geen eiland – en zal onrechtstreeks ook de economische afzwakking in Italië, Frankrijk en (in mindere mate) China gaan voelen. Een drama? Helemaal niet, de zeer lage rente en lagere olieprijzen zullen ook de Duitse investeringen positief stimuleren. De correctie op de Duitse aandelenbeurs zien we dan ook als een serieuze opportuniteit op korte termijn.

Dat de Amerikaanse belegger mee overstag gaat met zijn nerveuze Europese collega is enigszins te begrijpen. Een sterk verzwakt Europees continent in combinatie met een hogere dollarkoers kan immers ook de Amerikaanse exportpositie bemoeilijken. Maar in welke mate moet de volledige Amerikaanse beurs hierop corrigeren? De grootste afzetmarkt voor Amerikaanse bedrijven blijft vooralsnog de VS zelf. Maar toen ook de kleinhandelsverkopen in de VS woensdag beneden de verwachtingen bleken te zijn, sloeg de paniek toe. Ten onrechte zoals donderdag al snel bleek. De werkgelegenheidscijfers bereikten het beste niveau sinds 2008, de industriële output steeg het meest sinds 2012, de PhiliFed factory index (de voorloper op de ISM) steeg meer dan verwacht, terwijl de lagere benzineprijzen en de lagere rentevoeten de sentimentindicatoren van de gezinnen nu al in positieve mate beïnvloeden. Ook de Fed maakt van de gelegenheid gebruik om de beëindiging van haar QE-programma verder uit te stellen.

Of hiermee de ommekeer van de negatieve trend is ingezet? Zoals iedere koopjesjager weet, kan het zijn dat er tijdens de soldenperiodes nog een ronde van extra prijskortingen wordt ingezet. Wij blijven dus behoedzaam en zullen dus al ons kruit nog niet verschieten. Maar de prijskortingen op kwaliteitswaarden nemen we intussen al graag mee: Duitse en Amerikaanse topwaarden op deze kortingsniveaus, aangevuld met nog een paar gevallen engelen van andere nationaliteit krijgen nu reeds een plaats in onze portefeuilles. Van harte welkom.

 

Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.