De Dow Jones-returnindex zoefde zonet voorbij de 2 miljoen punten …

Indien u wat ontgoocheld bent omdat de Dow Jones-prijsindex na een 3de vermetele poging er opnieuw niet in geslaagd is om zich voorbij de symbolische grens van 20.000 indexpunten te hijsen, dan kunt u misschien het volgende overwegen.

De Dow Jones-prijsindex werd op 26 mei 1896 voor het eerst berekend. Voor de bepaling van de startwaarde werd telkens de prijs van 1 aandeel van de meest representatieve beursgenoteerde bedrijven in de VS genomen, wat bij de eerste publicatie wees op een startwaarde van 40,94 indexpunten. (Van de initiële samenstelling is overigens enkel GE overgebleven.)

Op 31-12-2000 was de indexwaarde geklommen tot meer dan 10.000 punten, om op 15-12-2016 af te kloppen op een indexpeil van 19.852,24. Op een zucht van het mythische niveau van 20.000 punten.

Grafiek 1: evolutie van de Dow Jones Industrials (prijsindex) sinds 1950

 

Op zich lijkt dat indrukwekkend, maar schijn bedriegt u hierbij en dit tot 2 maal toe. De werkelijke evolutie is tegelijk slechter én veel beter dan u denkt.

In tabel 1 kunt u het verloop van de index volgen, zowel in nominale als reële termen, na correctie voor het algemene inflatieniveau. Het behaalde jaarrendement over de totale periode bedraagt respectievelijk 5,24 % en 2,29 %.

Dat is heel wat minder spectaculair dan op het eerste zicht kan worden afgeleid uit de evolutie van de prijsindex van de Dow Jones-waarden. Maar voor een goed begrip: het reële rendement op langetermijn-overheidsobligaties was over de vergelijkbare periode dramatisch lager (en kan eigenlijk pas dankzij de uitzonderlijke rentedalingen in het laatste decennium een voldoend positief rapport afleveren).

De ware kracht van de aandelencomponent in uw portefeuille komt pas tot uiting wanneer we ook de uitgekeerde (en herbelegde) dividenden mee in rekening brengen. Zo verlaten we het concept van de prijsindex en introduceren we het begrip returnindex. (Dat was in 1896 totaal onbekend, maar geeft vanzelfsprekend een veel beter beeld van de totale rendabiliteit van een systematische investering volgens de gemiddelde samenstelling van de Dow Jones Industrials).

Het nominale jaarrendement over de beschouwde periode klimt zo tot liefst 9,18 %, wat de returnindex optilt voorbij de … 2 miljoen indexpunten. Om precies te zijn: het initiële niveau van 40,94 bedraagt nu welgeteld 2.078.601,08 in termen van de Dow Jones-returnindex. Het mythische niveau van 20.000 punten is ergens in 1967 al bereikt …

Tabel 1: evolutie van de prijs- en returnindex van de Dow Jones-waarden in nominale en reële termen

Dit betekent dat in nominale termen het oorspronkelijke bedrag in 1896 met factor 50.000 is toegenomen volgens de returnindex. Volgens de prijsindex (dus zonder de dividenden en hun herbelegging mee te rekenen) zou dit met een factor 485 zijn toegenomen.

Wanneer we echter rekening houden met de uitgekeerde en herbelegde dividenden, dan zou, na correctie voor inflatie, de koopkracht van 1896 na een systematische belegging in de Dow Jones-waarden meer dan 1.600 maal zijn vergroot. In termen van de prijsindex bedroeg de koopkracht ‘slechts’ 15 maal het initiële niveau. Bij beleggingen in langetermijn-staatsobligaties is die stijging helaas slechts marginaal.

Dat geeft aan dat welvaartsvastheid van beleggingsportefeuilles moet worden nagestreefd, waarbij zowel de koopkracht wordt beschermd en het vermogen mee evolueert met de groei van de economie, via gedisciplineerde beleggingen in een goed gespreide aandelenindex met een langtermijnperspectief dat u doorheen wat moeilijkere tijden kan loodsen.

Vanzelfsprekend moet hierbij ook rekening worden gehouden met diverse vormen van belastingen die hierop worden toegepast. Hoewel eventueel de redenering kan worden gevoerd dat in het macro-economische perspectief, de ingehouden belastingen op het individuele vlak enkel een herverdelende rol hebben en vandaar worden gecompenseerd door overheidsbestedingen in onderwijs, infrastructuurvoorzieningen, defensie en vervangingsinkomsten, terwijl zulke belastingen vanzelfsprekend ook in rekening worden gebracht op rente-inkomsten op langetermijnobligaties, waardoor dit (reeds karige) rendement in reële termen grotendeels werd geërodeerd voor een individuele investeerder en het daardoor quasi geen vooruitgang wist te boeken inzake koopkracht.

Hoe dan ook, gegeven een realistische inschatting van het belastingniveau zou het nominale jaarrendement, berekend op basis van de returnindex van de Dow Jones-waarden terugvallen tot (ongeveer) 5,20 %, maar werd er tegelijkertijd een belangrijke bijdrage geleverd aan de staatsinkomsten.

20.000 punten op de Dow Jones-(prijs)index is daarom weinigzeggend.

2 miljoen punten op de Dow Jones-(return)index is dat echter des te meer.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in beurs,conjunctuur door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.

2 reacties op “De Dow Jones-returnindex zoefde zonet voorbij de 2 miljoen punten …

    • Beste
      dank voor uw reactie
      De vraag is natuurlijk : welke index gebruik ik? (zonder survivorship bias te veroorzaken)
      Ik hebn in het verleden dergelijke oefeningen, met gewichten per land die gebaseerd waren op het BBP van ieder land. Ik heb die vergelijking op wereldwijde basis gemaakt (van 1921 tot nu) en de conclusie was dat de resultaten iets lager waren dan voor de MSCI USA maar tegelijk ook minder volatiel (door de hogere diversificatiegraad) zodat de risicogecorrigeerde returns gelijk liepen. vermits emerging markets over die periode een underperformance lieten optekenen, vermoed ik dat de Europese markten ongeveer hetzelfde scoorden, maar wel met dit verschil dat er grote interne verschillen waren en de oorlogsjaren zware vertekeningen ( naar boven én naar beneden) kunnen veroorzaken. Conclusie : zonder oorlogstoestanden scoort Europa ongeveer even goed als de VS ( in gelijke munt ) maar DJ indus was door zijn specifieke samenstelling beter.
      Mvg

Reacties zijn gesloten.