1000 bommen en granaten

Thuis ligt hij weliswaar aan een leiband maar in het buitenland mag de nieuwbakken Amerikaanse president het vuile werk opknappen waar zijn voorganger zijn intellectualistische neus voor ophaalde. Deze kans werd met beide (al dan niet kleine) handen aangegrepen om aan zijn nog prille presidentschap toch enige allure mee te geven. Hierdoor wordt vermeden dat de politieke macht te veel wordt uitgehold en de president volledig vleugellam wordt gemaakt na de reeks vernederende politieke nederlagen die hij moest ondergaan. Ondanks de expliciete verkiezingsbeloften komt er (vooralsnog) geen muur (want dat kost de staat Texas hopen geld), geen verscherpte visumplicht (want dat geraakt niet voorbij een essentiële toets aan de Grondwet) en geen afschaffing van Obamacare (want het alternatief is te onduidelijk). De nieuw verkozen President heeft echter ook een aantal maatregelen in petto die het Republikeinse establishment wel ziet zitten, zoals belastingverlagingen en infrastructuurwerken en daar is daadkracht en een stevig binnenlands politiek platform voor nodig.

Door ostentatief met de vuist op de buitenlandse tafel te slaan (voor binnenlands gebruik) is er echter ook voorspelbare beroering ontstaan op het internationale front. Commentatoren laten in dergelijke omstandigheden geen seconde verloren gaan om te wijzen op het nakende uitbreken van WO III en er op te wijzen dat een gewapend conflict tussen de VS en China – meteen ook Rusland vernoemen want dat kan alleen het argument versterken – nu onvermijdelijk is geworden. Enigszins voorbarig en vooral gericht op profileringdrang en een hang naar tv-camera’s, al moet de Noord-Koreaanse situatie (al sinds 1953) met de nodige argwaan worden gevolgd. De tactiek van de grote leider aldaar is vrij doorzichtig. Via een provocatie een Amerikaanse aanval uitlokken om zo een excuus te hebben om de Zuiderburen plat te bombarderen en China mee in het conflict te trekken. Maar door de Chinese beslissing om het kolentransport vanuit Noord-Korea af te remmen wordt de locale potentaat precies daar geraakt waar het hem het meeste pijn kan doen: in zijn portemonnee.

De huidige economische en financiële analyse wordt de laatste weken sterk vertroebeld door politieke gebeurtenissen en speculaties over de mogelijke uitkomst van komende verkiezingen in Europa. Voor een goed begrip: enkel de verkiezingsuitslag in Duitsland heeft een langdurige impact maar de recente ontwikkelingen in Frankrijk, met vlak voor de verkiezingen nog een compleet absurde aanslag en een toegenomen (maar nog steeds beperkte) kans op een tweede ronde waar de keuze bestaat uit een extreem linkse en extreem rechtse kandidaat, doen beleggers de handrem tijdelijk aantrekken.

Dit laatste is vooral te merken aan de evolutie van het renteverschil tussen Frankrijk en Duitsland op hun respectievelijke overheidsobligaties op 10 jaar. Hieruit blijkt bezorgdheid maar zeker nog geen paniek. Ter illustratie geven we meteen ook het Grieks-Duitse renteverschil mee, dat natuurlijk op de linkeras van de grafiek moet worden afgelezen. (Herinner u dat benevens u en ik, een tweetal jaar geleden bijna niemand nog een greintje hoop had voor Griekenland …)

Grafiek 1: Renteverschil Frankrijk-Duitsland en Griekenland-Duitsland

De overdaad aan politiek nieuws houdt echter ten onrechte onze aandacht weg van een aantal hoogst interessante recente ontwikkelingen op economisch vlak.

In de VS laten de conjunctuurparameters intussen immers een duidelijk afgenomen momentum optekenen. Dit komt voor ons niet als een verrassing. Onze prognose wees vorige maand al op een afname van de ISM-indicator voor de Amerikaanse industrie en ook onze laatste berekeningen wijzen op een verdere afname van het groeiritme dat zou moeten blijken uit het eerstvolgende cijfer van begin mei.

Grafiek 2: Prognose model ISM-industrie in vergelijking met de actuele waarneming

De keerzijde van deze ontwikkeling is dat tegelijk ook het risico op een oververhitting van de economie sterk is afgenomen, hetgeen tegelijk ook de verwachte inflatie naar beneden drukt en het eerder waargenomen opwaartse momentum ombuigt.

Grafiek 3: Verwachte inflatie VS en de eurozone

Ook in de eurozone wordt een dergelijke trend waargenomen, wat vanzelfsprekend tot gelijkaardige ontwikkelingen aanleiding geeft op het vlak van de Europese overheidsrente die zich nu gemiddeld opnieuw op een niveau bevindt dat flink lager is dan de (op zich ook gedaalde) verwachte inflatie. Een belegging in Europese overheidsobligaties veroorzaakt zodoende een negatief reëel rendement dat financiële instellingen zou moeten aanzetten tot meer kredietverstrekking omdat er daar nog steeds positieve reële marges worden gerealiseerd. Maar dat lukt niet zo best …

Het groeiritme van de kredieten in de eurozone is nog steeds te laag en de Europese economie drijft opnieuw verder weg van haar beoogde 2 %-inflatiedoelstelling. Dit vormt een behoorlijke streep door de rekening van de ECB die bij monde van haar economische studiedienst in de voorbije maanden nog opvallende zegeberichten de wereld instuurde.

Dit is overigens niet het enige punt waar dit geroemde instituut de bal grondig lijkt mis te slaan. Uit een al even voorbarige studie zou immers moeten blijken dat kleinere banken onvoldoende rendabel zijn om een langetermijnstrategie uit te bouwen. De waarheid is echter wat pijnlijker. Grote banken genieten immers van een lagere kapitaalkost (en kunnen zo tijdelijk een hogere rendementsbasis bieden) omdat ze nog steeds als too big to fail worden aanzien. Dit betekent dat de eurozone verplicht is op te treden om een faling van een dergelijke bank te voorkomen. Kredietverschaffers op de interbancaire markten gaan vanzelfsprekend een impliciete staatsgarantie inrekenen en tevreden zijn met een lagere vergoeding. Hierdoor stijgt echter het systeemrisico in disproportionele mate omdat er een rechtstreeks en onmiskenbaar lineair verband bestaat tussen de orde van grootte van een bank en het risico dat zij veroorzaakt. Erg pervers, zult u zeggen, maar dit fenomeen erodeerde destijds de pijlers van het financiële systeem zodanig dat er bij het uitbreken van de financiële stormen in 2008 geen greintje weerstand meer kon worden geboden. Bijna 10 jaar na de feiten blijkt dit basisinzicht (van het IMF) Frankfurt nog steeds niet te hebben bereikt.

Grafiek 4: Groeiritme van de kredietverstrekking in de eurozone

Voor de particuliere belegger betekent dit alles niet noodzakelijk slecht nieuws, maar het spoort wel aan tot verdere analyse om tot een optimale samenstelling van zijn  portefeuille te komen.

De gestegen volatiliteit op de wereldbeurzen heeft alleszins onze asset-allocatie in aandelen wat neerwaarts bijgestuurd (zonder deze beweging te overdrijven want we gebruiken hiervoor enkel de kaasschaaf). De kaspositie werd verder wat opgebouwd, enerzijds omdat alternatieven zoals obligaties in de eurozone onvoldoende attractief zijn (zeker na de recente dalingen van de LT-rente) en anderzijds om de beschikbare cash onmiddellijk beschikbaar te hebben, eens de politieke rook om onze hoofden is verdwenen. De verwachte risicopremies op de aandelenbeurzen bieden alleszins voldoende opportuniteit voor Europese aandelen, maar daar zien we ons dan weer verplicht om de uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Frankrijk af te wachten. De Amerikaanse risicopremies zijn weliswaar gedaald maar bevinden zich nog steeds op een acceptabel niveau zodat er van overwaarderingen allicht geen sprake is. Wel moeten we ermee rekening houden dat de Amerikaanse beurzen de komende dalingen in de industriële conjunctuurbarometers nog niet ten volle hebben doorgerekend en wij vandaar eerder in de richting kijken van de klassieke diensten- en technologiebedrijven wanneer we onze posities in de volgende weken terug gaan aanvullen.

Maar zoals gezegd wachten we hiervoor tot we wat meer zekerheid hebben over de uitslag van de Franse verkiezingen om de juiste richting en orde van grootte te bepalen. Lang hoeven we hierop niet te wachten. Zondagavond weten we al genoeg (als we tegen dan niet, zoals altijd, in slaap gesukkeld zijn tijdens Luik-Bastenaken-Luik).

Dit bericht werd geplaatst in zonder categorie door Stefan Duchateau . Bookmark de permalink .

Over Stefan Duchateau

Stefan Duchateau is adviseur bij de Argenta Groep en voorzitter van de diverse beleggingsvennootschappen van deze groep. Hij doceert o.a. Portfoliomanagement, Financial engineering en Financieel risicobeheer aan de HUB (Brussel), Security selection, Portefeuillebeheer en beleggingsleer aan de KU Leuven en Financial derivatives aan de UHasselt. Bij Argenta richt hij zich ondermeer op het financieel en risicobeheer, het strategisch beleid en de uitbouw van de beleggingspijler van de bank- en verzekeringsgroep. Dit houdt onder meer de ontwikkeling in van beleggingsproducten en het beheer van beleggingsfondsen. Prof. Dr. S. Duchateau studeerde af als handelsingenieur en is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen.