Rugklachten

Wat er precies van aan is, durven we niet met zekerheid te stellen. Maar naar verluidt heeft Benjamin Disreali – medegrondlegger van de Britse Conservatieve partij, gevierd novellist en in bijberoep ook een paar keer premier van het Verenigd Koninkrijk na een zoveelste wispelturige beweging van het Britse pond op de internationale wisselmarkten, in diepe wanhoop uitgeroepen dat ‘only the foreign exchange has driven men more madly than love’. Inderdaad, er valt meestal weinig touw vast te knopen aan de erratische bewegingen van de wisselkoersen.

Dat staat overigens in schril contrast met de aandelenmarkten, die volgens een complex maar in ieder geval rationeel mechanisme (gebaseerd op de bewegingen van rentevoeten, het verwachte groeiritme van bedrijfsresultaten en de geboden risicopremie) momenteel naar eenzame hoogten zijn geklommen. Tot spijt van wie het benijdt. Lees verder

Lageloonlanden

In lang vervlogen tijden werden ze nog omschreven als ‘onderontwikkelde landen’, maar dat klonk wel erg vernederend, zodat onder druk van het vermanende vingertje werd overgeschakeld op de term ‘ontwikkelingslanden’. Maar ook hier hoor je de onmiskenbare klank van kolonialisme en een misplaatst superioriteitsgevoel: wie bepaalt immers de norm voor wat ontwikkeling is? Een neutrale afkorting dan maar, zoals BRIC? Dit vernauwt echter de scope onnodig tot een specifieke groep, zodat we snel geneigd zijn om ons van het begrip ‘groeilanden’ te bedienen. Maar ook deze omschrijving stemt zelden overeen met de realiteit. Sommige landen groeien inderdaad (soms) snel, andere helemaal niet. En zelfs bij de dapperste groeiers wil de economische vooruitgang wel eens nadrukkelijk stokken door oplopende inflatie of dalende grondstoffenprijzen. Lees verder

Wolf! (of misschien toch niet?)

Omdat men hem toch iets omhanden moest geven, werd hij op de uitkijk geplaatst met een duidelijke taakomschrijving: komt de wolf, begin dan te gillen.

Maar op zo’n uitkijktoren is het eenzaam vertoeven en alras merkte onze protagonist dat er heel wat gezelschap kwam opdagen wanneer hij uit pure verveling toch maar aan het schreeuwen sloeg. Maar na een aantal pogingen om op deze manier aandacht te trekken, viel de publieke belangstelling dramatisch terug en na de elfendertigste keer kwam er helemaal niemand meer afgezakt.

Toen de gevreesde wolf uiteindelijk dan toch eens zijn opwachting maakte (in het holst van de nacht, want dat hoort zo) moest hij alleen wat amechtig gegil van een eenzaat trotseren op weg naar de onbewaakte schapenstal. Lees verder